Naar de inhoud

bezaaien

een akker met zaad bestrooien

bezaaien

werkwoord

Betekenis

  1. een akker met zaad bestrooien
  2. door bestrooien bedekken

Vervoeging van bezaaien

bezaaienhele werkwoord — bezaaideverleden tijd enkelvoud — bezaaidenverleden tijd meervoud — bezaaidvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bezaai bezaaide
jij bezaait bezaaide
hij, zij, het bezaait bezaaide
wij bezaaien bezaaiden
jullie bezaaien bezaaiden
zij bezaaien bezaaiden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben bezaaid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bezaaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bezaai gebiedende wijs
bezaaid verleden tijd, deelwoord
bezaaid te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bezaaid te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bezaaid te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bezaaid te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bezaaid te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bezaaid worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bezaaid zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bezaaid zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bezaaid zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bezaaid zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bezaaide verleden tijd
bezaaie aanvoegende wijs
bezaaiend onvoltooid, deelwoord
er is bezaaid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bezaaid impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bezaaid impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bezaaid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bezaaid worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bezaaid zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bezaaid worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bezaaid zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bezaaid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bezaaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bezaaid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bezaaid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bezaaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bezaaid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bezaaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bezaaid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bezaaid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bezaaid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bezaaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bezaaid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bezaaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bezaaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bezaaid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bezaaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bezaaid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bezaaien actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bezaaid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bezaaien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bezaaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bezaaid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bezaaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bezaaid voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bezaaid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bezaaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bezaaid voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bezaaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bezaaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bezaaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bezaaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bezaaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bezaaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bezaaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bezaaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bezaaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bezaaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bezaaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bezaaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bezaaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bezaaid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bezaaid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bezaaid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bezaaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bezaaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bezaaid zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bezaaid zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bezaaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bezaaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bezaaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn bezaaid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bezaaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bezaaid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bezaaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bezaaid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bezaaid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bezaaid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bezaaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bezaaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bezaaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bezaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bezaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bezaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bezaaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bezaaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bezaaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden bezaaid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bezaaid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bezaaid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bezaaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bezaaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bezaaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bezaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bezaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bezaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bezaaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bezaaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bezaaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt bezaaid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bezaaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bezaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bezaaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen bezaaid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bezaaid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bezaaid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bezaaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bezaaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bezaaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bezaaid zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bezaaid zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bezaaid zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bezaaien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bezaaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bezaaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bezaaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult bezaaid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bezaaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bezaaid zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bezaaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van zaaien met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van bezaaien

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bezaai gebiedende wijs bezaaien
bezaaiden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bezaaien
bezaaie aanvoegende wijs bezaaien
bezaaiend onvoltooid deelwoord bezaaien
bezaaiende woordvorm bezaaien
bezaait aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bezaaien

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bezaaien zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bezaaien

Wat is de betekenis van bezaaien?
Bezaaien is een werkwoord. De betekenis is: een akker met zaad bestrooien. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik bezaaien?
Zo vervoeg je bezaaien zo: de tegenwoordige tijd is bezaai, de verleden tijd is bezaaide en het voltooid deelwoord is bezaaid. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bezaaien is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. Z 4
  4. A 1
  5. A 1
  6. I 1
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bezaaien levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. Z 5
  4. A 1
  5. A 1
  6. I 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 zonder bonus
  10. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bezaaien in het kort

bezaaien staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van bezaaien staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort bezaaien bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

bezaaien: een akker met zaad bestrooien
Deel bezaaien — standaardnederlands.nl