Naar de inhoud

bewolken

met wolken bedekt worden

bewolken

werkwoord

Betekenis

  1. met wolken bedekt worden

Vervoeging van bewolken

bewolkenhele werkwoord — bewolkteverleden tijd enkelvoud — bewolktenverleden tijd meervoud — bewolktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bewolk bewolkte
jij bewolkt bewolkte
hij, zij, het bewolkt bewolkte
wij bewolken bewolkten
jullie bewolken bewolkten
zij bewolken bewolkten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
bewolk gebiedende wijs
bewolke aanvoegende wijs
bewolkend onvoltooid, deelwoord
bewolkt verleden tijd, deelwoord
bewolkt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bewolkt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bewolkte verleden tijd
ev. gebiedende wijs
had bewolkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bewolkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bewolkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bewolkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bewolkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bewolkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bewolkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bewolkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bewolkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bewolkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bewolkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bewolkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bewolkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bewolkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bewolkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bewolken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bewolkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bewolken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal bewolken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bewolken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bewolken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal bewolkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bewolkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bewolkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou bewolken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bewolken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bewolken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou bewolkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bewolkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bewolkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bewolken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bewolken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bewolken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden bewolkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bewolkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bewolkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bewolken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt bewolkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bewolken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bewolken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bewolken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bewolken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen bewolkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bewolkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bewolkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bewolken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult bewolkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van wolk met het voorvoegsel be- met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van bewolken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bewolk gebiedende wijs bewolken
bewolke aanvoegende wijs bewolken
bewolkend onvoltooid deelwoord bewolken
bewolkende woordvorm bewolken
bewolkten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bewolken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bewolken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bewolken

Wat is de betekenis van bewolken?
Bewolken is een werkwoord. De betekenis is: met wolken bedekt worden.
Hoe vervoeg ik bewolken?
Zo vervoeg je bewolken zo: de tegenwoordige tijd is bewolk, de verleden tijd is bewolkte en het voltooid deelwoord is bewolkt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bewolken is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. W 5
  4. O 1
  5. L 3
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bewolken levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. W 5
  4. O 1
  5. L 3
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 19 zonder bonus
  10. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bewolken in het kort

bewolken staat in dit woordenboek als werkwoord. Van bewolken staan er 31 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort bewolken bij een woordfamilie van 5 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

bewolken: met wolken bedekt worden
Deel bewolken — standaardnederlands.nl