bewaarheiden
werkwoordBetekenis
- (meestal passief gebruikt) de waarheid aantonen
werkwoord
- de waarheid aantonen
Vervoeging van bewaarheiden
bewaarheidenhele werkwoord — bewaarheiddeverleden tijd enkelvoud — bewaarheiddenverleden tijd meervoud — bewaarheidvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bewaarheid | bewaarheidde |
| jij | bewaarheidt | bewaarheidde |
| hij, zij, het | bewaarheidt | bewaarheidde |
| wij | bewaarheiden | bewaarheidden |
| jullie | bewaarheiden | bewaarheidden |
| zij | bewaarheiden | bewaarheidden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bewaarheid | gebiedende wijs |
| bewaarheid | verleden tijd, deelwoord |
| bewaarheid te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bewaarheid zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bewaarheidde | verleden tijd |
| bewaarheide | aanvoegende wijs |
| bewaarheidend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bewaarheid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bewaarheid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bewaarheid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bewaarheid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bewaarheid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bewaarheid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bewaarheid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bewaarheid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bewaarheid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bewaarheid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bewaarheid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bewaarheid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bewaarheid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bewaarheid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bewaarheid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bewaarheiden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bewaarheid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bewaarheiden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal bewaarheid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bewaarheid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bewaarheid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bewaarheiden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bewaarheiden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bewaarheiden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou bewaarheid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bewaarheid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bewaarheid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bewaarheiden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bewaarheiden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bewaarheiden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden bewaarheid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bewaarheid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bewaarheid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bewaarheiden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bewaarheiden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bewaarheiden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt bewaarheid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bewaarheiden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen bewaarheid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bewaarheid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bewaarheid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bewaarheiden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bewaarheiden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bewaarheiden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bewaarheiden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult bewaarheid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bewaarheiden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van waarheid met het voorvoegsel be- en met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van bewaarheiden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bewaarheid | voltooid deelwoord | bewaarheiden |
| bewaarheidde | verleden tijd | bewaarheiden |
| bewaarheidden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bewaarheiden |
| bewaarheide | aanvoegende wijs | bewaarheiden |
| bewaarheidend | onvoltooid deelwoord | bewaarheiden |
| bewaarheidende | woordvorm | bewaarheiden |
| bewaarheidt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bewaarheiden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bewaarheiden zijn vastgelegd.