bevolken
werkwoordBetekenis
- van volk voorzien
- als bewoner leven op, aanwezig zijn op
Vervoeging van bevolken
bevolkenhele werkwoord — bevolkteverleden tijd enkelvoud — bevolktenverleden tijd meervoud — bevolktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bevolk | bevolkte |
| jij | bevolkt | bevolkte |
| hij, zij, het | bevolkt | bevolkte |
| wij | bevolken | bevolkten |
| jullie | bevolken | bevolkten |
| zij | bevolken | bevolkten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben bevolkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bevolkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bevolk | gebiedende wijs |
| bevolke | aanvoegende wijs |
| bevolkend | onvoltooid, deelwoord |
| bevolkt | verleden tijd, deelwoord |
| bevolkt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bevolkt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bevolkt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bevolkt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bevolkt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bevolkt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bevolkt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bevolkt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bevolkt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bevolkt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bevolkte | verleden tijd |
| er is bevolkt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bevolkt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bevolkt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bevolkt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bevolkt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bevolkt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bevolkt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bevolkt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bevolkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bevolkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bevolkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bevolkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bevolkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bevolkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bevolkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bevolkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bevolkt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bevolkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bevolkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bevolkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bevolkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bevolkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bevolkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bevolkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bevolkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bevolken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bevolkt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bevolken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bevolkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bevolkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bevolkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bevolkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bevolkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bevolkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bevolkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bevolkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bevolkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bevolkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bevolkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bevolkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bevolkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bevolkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bevolkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bevolkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bevolkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bevolkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bevolkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bevolkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bevolken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bevolken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bevolken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal bevolkt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bevolkt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bevolkt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bevolkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bevolkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bevolkt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bevolkt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn bevolkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bevolkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bevolkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bevolkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bevolken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bevolken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bevolken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou bevolkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bevolkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bevolkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bevolkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bevolkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bevolkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bevolkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bevolkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bevolkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bevolken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bevolken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bevolken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden bevolkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bevolkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bevolkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bevolkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bevolkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bevolkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bevolkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bevolkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bevolkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt bevolken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt bevolkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bevolkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bevolkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen bevolken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bevolken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bevolken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bevolken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen bevolkt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bevolkt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bevolkt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bevolkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bevolkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bevolkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bevolkt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bevolkt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bevolkt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult bevolken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult bevolkt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bevolkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bevolkt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van volk met het voorvoegsel be- met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van bevolken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bevolk | gebiedende wijs | bevolken |
| bevolke | aanvoegende wijs | bevolken |
| bevolkend | onvoltooid deelwoord | bevolken |
| bevolkende | woordvorm | bevolken |
| bevolkten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bevolken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bevolken zijn vastgelegd.