Naar de inhoud

bevolken

van volk voorzien

bevolken

werkwoord

Betekenis

  1. van volk voorzien
  2. als bewoner leven op, aanwezig zijn op

Vervoeging van bevolken

bevolkenhele werkwoord — bevolkteverleden tijd enkelvoud — bevolktenverleden tijd meervoud — bevolktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bevolk bevolkte
jij bevolkt bevolkte
hij, zij, het bevolkt bevolkte
wij bevolken bevolkten
jullie bevolken bevolkten
zij bevolken bevolkten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben bevolkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bevolkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bevolk gebiedende wijs
bevolke aanvoegende wijs
bevolkend onvoltooid, deelwoord
bevolkt verleden tijd, deelwoord
bevolkt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bevolkt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bevolkt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bevolkt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bevolkt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bevolkt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bevolkt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bevolkt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bevolkt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bevolkt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bevolkte verleden tijd
er is bevolkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bevolkt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bevolkt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bevolkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bevolkt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bevolkt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bevolkt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bevolkt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bevolkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bevolkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bevolkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bevolkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bevolkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bevolkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bevolkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bevolkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bevolkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bevolkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bevolkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bevolkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bevolkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bevolkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bevolkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bevolkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bevolkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bevolken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bevolkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bevolken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bevolkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bevolkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bevolkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bevolkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bevolkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bevolkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bevolkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bevolkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bevolkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bevolkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bevolkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bevolkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bevolkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bevolkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bevolkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bevolkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bevolkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bevolkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bevolkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bevolkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bevolken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bevolken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bevolken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal bevolkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bevolkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bevolkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bevolkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bevolkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bevolkt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bevolkt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn bevolkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bevolkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bevolkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bevolkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bevolken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bevolken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bevolken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou bevolkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bevolkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bevolkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bevolkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bevolkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bevolkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bevolkt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bevolkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bevolkt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bevolken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bevolken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bevolken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden bevolkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bevolkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bevolkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bevolkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bevolkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bevolkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bevolkt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bevolkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bevolkt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bevolken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt bevolkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bevolkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bevolkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bevolken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bevolken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bevolken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bevolken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen bevolkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bevolkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bevolkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bevolkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bevolkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bevolkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bevolkt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bevolkt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bevolkt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bevolken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult bevolkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bevolkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bevolkt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van volk met het voorvoegsel be- met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van bevolken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bevolk gebiedende wijs bevolken
bevolke aanvoegende wijs bevolken
bevolkend onvoltooid deelwoord bevolken
bevolkende woordvorm bevolken
bevolkten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bevolken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bevolken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over bevolken

Wat is de betekenis van bevolken?
Bevolken is een werkwoord. De betekenis is: van volk voorzien. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik bevolken?
Zo vervoeg je bevolken zo: de tegenwoordige tijd is bevolk, de verleden tijd is bevolkte en het voltooid deelwoord is bevolkt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bevolken is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. V 4
  4. O 1
  5. L 3
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bevolken levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. V 4
  4. O 1
  5. L 3
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 zonder bonus
  10. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bevolken in het kort

bevolken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van bevolken staan er 74 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort bevolken bij een woordfamilie van 5 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

bevolken: van volk voorzien
Deel bevolken — standaardnederlands.nl