bevloeien
werkwoordBetekenis
- Water op een stuk land brengen, vooral ter bevordering van de groei van landbouwgewassen bij droogte.
Vervoeging van bevloeien
bevloeienhele werkwoord — bevloeideverleden tijd enkelvoud — bevloeidenverleden tijd meervoud — bevloeidvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bevloei | bevloeide |
| jij | bevloeit | bevloeide |
| hij, zij, het | bevloeit | bevloeide |
| wij | bevloeien | bevloeiden |
| jullie | bevloeien | bevloeiden |
| zij | bevloeien | bevloeiden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben bevloeid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bevloeid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bevloei | gebiedende wijs |
| bevloeid | verleden tijd, deelwoord |
| bevloeid te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bevloeid te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bevloeid te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bevloeid te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bevloeid te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bevloeid worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bevloeid zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bevloeid zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bevloeid zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bevloeid zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bevloeide | verleden tijd |
| bevloeie | aanvoegende wijs |
| bevloeiend | onvoltooid, deelwoord |
| er is bevloeid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bevloeid | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bevloeid | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bevloeid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bevloeid worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bevloeid zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bevloeid worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bevloeid zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bevloeid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bevloeid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bevloeid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bevloeid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bevloeid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bevloeid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bevloeid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bevloeid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bevloeid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bevloeid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bevloeid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bevloeid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bevloeid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bevloeid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bevloeid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bevloeid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bevloeid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bevloeien | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bevloeid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bevloeien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bevloeid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bevloeid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bevloeid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bevloeid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bevloeid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bevloeid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bevloeid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bevloeid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bevloeid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bevloeid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bevloeid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bevloeid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bevloeid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bevloeid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bevloeid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bevloeid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bevloeid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bevloeid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bevloeid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bevloeid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bevloeid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bevloeid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bevloeid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bevloeid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bevloeid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bevloeid zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bevloeid zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bevloeien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bevloeien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bevloeien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn bevloeid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bevloeid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bevloeid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bevloeid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bevloeid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bevloeid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bevloeid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bevloeid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bevloeid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bevloeid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bevloeid zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bevloeid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bevloeid zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bevloeien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bevloeien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bevloeien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden bevloeid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bevloeid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bevloeid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bevloeid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bevloeid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bevloeid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bevloeid zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bevloeid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bevloeid zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bevloeien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bevloeien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bevloeien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt bevloeid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bevloeid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bevloeid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bevloeien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen bevloeid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bevloeid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bevloeid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bevloeid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bevloeid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bevloeid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bevloeid zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bevloeid zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bevloeid zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bevloeien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bevloeien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bevloeien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bevloeien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult bevloeid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bevloeid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bevloeid zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bevloeien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van vloeien met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van bevloeien
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bevloei | gebiedende wijs | bevloeien |
| bevloeid | voltooid deelwoord | bevloeien |
| bevloeide | verleden tijd | bevloeien |
| bevloeiden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bevloeien |
| bevloeie | aanvoegende wijs | bevloeien |
| bevloeiend | onvoltooid deelwoord | bevloeien |
| bevloeiende | woordvorm | bevloeien |
| bevloeit | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bevloeien |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bevloeien zijn vastgelegd.