beveiligen
werkwoordBetekenis
- er zo goed mogelijk voor zorgen dat er niets verkeerds gebeurt
Vervoeging van beveiligen
beveiligenhele werkwoord — beveiligdeverleden tijd enkelvoud — beveiligdenverleden tijd meervoud — beveiligdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | beveilig | beveiligde |
| jij | beveiligt | beveiligde |
| hij, zij, het | beveiligt | beveiligde |
| wij | beveiligen | beveiligden |
| jullie | beveiligen | beveiligden |
| zij | beveiligen | beveiligden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben beveiligd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent beveiligd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| beveilig | gebiedende wijs |
| beveiligd | verleden tijd, deelwoord |
| beveiligd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| beveiligd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| beveiligd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beveiligd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beveiligd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beveiligd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| beveiligd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| beveiligd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beveiligd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beveiligd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beveiligde | verleden tijd |
| beveilige | aanvoegende wijs |
| beveiligend | onvoltooid, deelwoord |
| er is beveiligd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was beveiligd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd beveiligd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt beveiligd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal beveiligd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal beveiligd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou beveiligd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou beveiligd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had beveiligd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had beveiligd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had beveiligd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden beveiligd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden beveiligd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden beveiligd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt beveiligd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb beveiligd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben beveiligd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben beveiligd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben beveiligd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben beveiligd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt beveiligd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft beveiligd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft beveiligd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is beveiligd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is beveiligd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te beveiligen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben beveiligd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen beveiligen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart beveiligd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren beveiligd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren beveiligd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren beveiligd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was beveiligd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was beveiligd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was beveiligd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd beveiligd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd beveiligd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd beveiligd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden beveiligd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden beveiligd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden beveiligd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt beveiligd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word beveiligd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden beveiligd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden beveiligd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden beveiligd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt beveiligd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt beveiligd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal beveiligd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beveiligd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal beveiligd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal beveiligd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beveiligd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal beveiligd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beveiligd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal beveiligen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal beveiligen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal beveiligen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn beveiligd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn beveiligd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn beveiligd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt beveiligd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou beveiligd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beveiligd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beveiligd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou beveiligd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beveiligd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou beveiligd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beveiligd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beveiligd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beveiligd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou beveiligen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou beveiligen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou beveiligen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden beveiligd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden beveiligd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden beveiligd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beveiligd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden beveiligd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden beveiligd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beveiligd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden beveiligd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden beveiligd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beveiligen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden beveiligen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden beveiligen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt beveiligd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beveiligd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beveiligd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beveiligen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen beveiligd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen beveiligd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen beveiligd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beveiligd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen beveiligd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen beveiligd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beveiligd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen beveiligd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen beveiligd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beveiligen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen beveiligen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen beveiligen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen beveiligen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult beveiligd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beveiligd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beveiligd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beveiligen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van veilig met het voorvoegsel be-.
Woordfamilie van beveiligen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| beveilig | gebiedende wijs | beveiligen |
| beveiligd | voltooid deelwoord | beveiligen |
| beveiligde | verleden tijd | beveiligen |
| beveiligden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | beveiligen |
| beveilige | aanvoegende wijs | beveiligen |
| beveiligend | onvoltooid deelwoord | beveiligen |
| beveiligende | woordvorm | beveiligen |
| beveiligt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | beveiligen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beveiligen zijn vastgelegd.