betwisten
werkwoordBetekenis
- iemand iets ~ iemand het recht op iets of de juistheid van iets trachten te ontzeggen
- de onjuistheid betogen of het tegendeel staande houden van, aanvechten, tegenspreken
Vervoeging van betwisten
betwistenhele werkwoord — betwistteverleden tijd enkelvoud — betwisttenverleden tijd meervoud — betwistvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | betwist | betwistte |
| jij | betwist | betwistte |
| hij, zij, het | betwist | betwistte |
| wij | betwisten | betwistten |
| jullie | betwisten | betwistten |
| zij | betwisten | betwistten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben betwist | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent betwist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| betwist | gebiedende wijs |
| betwist | verleden tijd, deelwoord |
| betwist te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| betwist te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| betwist te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| betwist te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| betwist te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| betwist worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| betwist zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| betwist zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| betwist zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| betwist zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| betwiste | aanvoegende wijs |
| betwistend | onvoltooid, deelwoord |
| betwistte | verleden tijd |
| er is betwist | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was betwist | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd betwist | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt betwist | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal betwist worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal betwist zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou betwist worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou betwist zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had betwist | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had betwist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had betwist | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden betwist | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden betwist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden betwist | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt betwist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb betwist | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben betwist | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben betwist | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben betwist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben betwist | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt betwist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft betwist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft betwist | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is betwist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is betwist | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te betwisten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben betwist | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen betwisten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart betwist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren betwist | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren betwist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren betwist | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was betwist | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was betwist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was betwist | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd betwist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd betwist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd betwist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden betwist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden betwist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden betwist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt betwist | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word betwist | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden betwist | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden betwist | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden betwist | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt betwist | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt betwist | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal betwist hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal betwist hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal betwist hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal betwist worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal betwist worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal betwist zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal betwist zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal betwisten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal betwisten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal betwisten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn betwist | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn betwist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn betwist | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt betwist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou betwist hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou betwist hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou betwist hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou betwist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou betwist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou betwist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou betwist zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou betwist zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou betwist zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou betwisten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou betwisten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou betwisten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden betwist hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden betwist hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden betwist hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden betwist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden betwist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden betwist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden betwist zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden betwist zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden betwist zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden betwisten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden betwisten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden betwisten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt betwist hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt betwist worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt betwist zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt betwisten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen betwist hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen betwist hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen betwist hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen betwist worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen betwist worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen betwist worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen betwist zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen betwist zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen betwist zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen betwisten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen betwisten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen betwisten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen betwisten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult betwist hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult betwist worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult betwist zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult betwisten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van twisten met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van betwisten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| betwistend | onvoltooid deelwoord | betwisten |
| betwistende | woordvorm | betwisten |
| betwistte | verleden tijd | betwisten |
| betwistten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | betwisten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van betwisten zijn vastgelegd.