Naar de inhoud

betwijfelen

iets in twijfel trekken

betwijfelen

werkwoord

Betekenis

  1. iets in twijfel trekken

Vervoeging van betwijfelen

betwijfelenhele werkwoord — betwijfeldeverleden tijd enkelvoud — betwijfeldenverleden tijd meervoud — betwijfeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik betwijfel betwijfelde
jij betwijfelt betwijfelde
hij, zij, het betwijfelt betwijfelde
wij betwijfelen betwijfelden
jullie betwijfelen betwijfelden
zij betwijfelen betwijfelden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben betwijfeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent betwijfeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
betwijfel gebiedende wijs
betwijfeld verleden tijd, deelwoord
betwijfeld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
betwijfeld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
betwijfeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
betwijfeld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
betwijfeld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
betwijfeld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
betwijfeld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
betwijfeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
betwijfeld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
betwijfeld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
betwijfelde verleden tijd
betwijfele aanvoegende wijs
betwijfelend onvoltooid, deelwoord
er is betwijfeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was betwijfeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd betwijfeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt betwijfeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal betwijfeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal betwijfeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou betwijfeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou betwijfeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had betwijfeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had betwijfeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had betwijfeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden betwijfeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden betwijfeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden betwijfeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt betwijfeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb betwijfeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben betwijfeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben betwijfeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben betwijfeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben betwijfeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt betwijfeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft betwijfeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft betwijfeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is betwijfeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is betwijfeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te betwijfelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben betwijfeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen betwijfelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart betwijfeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren betwijfeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren betwijfeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren betwijfeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was betwijfeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was betwijfeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was betwijfeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd betwijfeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd betwijfeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd betwijfeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden betwijfeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden betwijfeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden betwijfeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt betwijfeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word betwijfeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden betwijfeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden betwijfeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden betwijfeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt betwijfeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt betwijfeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal betwijfeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal betwijfeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal betwijfeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal betwijfeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal betwijfeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal betwijfeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal betwijfeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal betwijfelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal betwijfelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal betwijfelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn betwijfeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn betwijfeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn betwijfeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt betwijfeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou betwijfeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou betwijfeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou betwijfeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou betwijfeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou betwijfeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou betwijfeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou betwijfeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou betwijfeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou betwijfeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou betwijfelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou betwijfelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou betwijfelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden betwijfeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden betwijfeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden betwijfeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden betwijfeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden betwijfeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden betwijfeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden betwijfeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden betwijfeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden betwijfeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden betwijfelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden betwijfelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden betwijfelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt betwijfeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt betwijfeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt betwijfeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt betwijfelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen betwijfeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen betwijfeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen betwijfeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen betwijfeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen betwijfeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen betwijfeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen betwijfeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen betwijfeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen betwijfeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen betwijfelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen betwijfelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen betwijfelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen betwijfelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult betwijfeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult betwijfeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult betwijfeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult betwijfelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘ergens aan twijfelen’ voor het eerst aangetroffen in 1847

Woordfamilie van betwijfelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
betwijfel gebiedende wijs betwijfelen
betwijfeld voltooid deelwoord betwijfelen
betwijfelde verleden tijd betwijfelen
betwijfelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon betwijfelen
betwijfele aanvoegende wijs betwijfelen
betwijfelend onvoltooid deelwoord betwijfelen
betwijfelende woordvorm betwijfelen
betwijfelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon betwijfelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van betwijfelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over betwijfelen

Wat betekent betwijfelen?
Betwijfelen is een werkwoord. Het woord betekent: iets in twijfel trekken.
Hoe vervoeg je betwijfelen?
Je vervoegt betwijfelen als volgt: de tegenwoordige tijd is betwijfel, de verleden tijd is betwijfelde en het voltooid deelwoord is betwijfeld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord betwijfelen is 26 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. T 2
  4. W 5
  5. I 1
  6. J 4
  7. F 4
  8. E 1
  9. L 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 26 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

betwijfelen levert met Wordfeud minimaal 28 en maximaal 114 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. T 2
  4. W 5
  5. I 2
  6. J 4
  7. F 4
  8. E 1
  9. L 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 28 zonder bonus
  13. 114 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

betwijfelen in het kort

betwijfelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van betwijfelen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort betwijfelen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

betwijfelen: iets in twijfel trekken
Deel betwijfelen — standaardnederlands.nl