Naar de inhoud

betrouwen

vertrouwen op

betrouwen

werkwoord

Betekenis

  1. vertrouwen op
  2. vertrouwen

Vervoeging van betrouwen

betrouwenhele werkwoord — betrouwdeverleden tijd enkelvoud — betrouwdenverleden tijd meervoud — betrouwdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik betrouw betrouwde
jij betrouwt betrouwde
hij, zij, het betrouwt betrouwde
wij betrouwen betrouwden
jullie betrouwen betrouwden
zij betrouwen betrouwden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben betrouwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent betrouwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
betrouw gebiedende wijs
betrouwd verleden tijd, deelwoord
betrouwd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
betrouwd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
betrouwd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
betrouwd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
betrouwd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
betrouwd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
betrouwd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
betrouwd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
betrouwd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
betrouwd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
betrouwde verleden tijd
betrouwe aanvoegende wijs
betrouwend onvoltooid, deelwoord
er is betrouwd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was betrouwd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd betrouwd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt betrouwd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal betrouwd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal betrouwd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou betrouwd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou betrouwd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had betrouwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had betrouwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had betrouwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden betrouwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden betrouwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden betrouwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt betrouwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb betrouwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben betrouwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben betrouwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben betrouwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben betrouwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt betrouwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft betrouwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft betrouwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is betrouwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is betrouwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te betrouwen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben betrouwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen betrouwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart betrouwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren betrouwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren betrouwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren betrouwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was betrouwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was betrouwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was betrouwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd betrouwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd betrouwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd betrouwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden betrouwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden betrouwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden betrouwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt betrouwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word betrouwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden betrouwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden betrouwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden betrouwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt betrouwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt betrouwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal betrouwd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal betrouwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal betrouwd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal betrouwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal betrouwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal betrouwd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal betrouwd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal betrouwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal betrouwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal betrouwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn betrouwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn betrouwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn betrouwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt betrouwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou betrouwd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou betrouwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou betrouwd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou betrouwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou betrouwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou betrouwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou betrouwd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou betrouwd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou betrouwd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou betrouwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou betrouwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou betrouwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden betrouwd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden betrouwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden betrouwd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden betrouwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden betrouwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden betrouwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden betrouwd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden betrouwd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden betrouwd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden betrouwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden betrouwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden betrouwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt betrouwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt betrouwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt betrouwd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt betrouwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen betrouwd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen betrouwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen betrouwd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen betrouwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen betrouwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen betrouwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen betrouwd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen betrouwd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen betrouwd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen betrouwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen betrouwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen betrouwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen betrouwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult betrouwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult betrouwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult betrouwd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult betrouwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van trouwen met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van betrouwen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
betrouw gebiedende wijs betrouwen
betrouwd voltooid deelwoord betrouwen
betrouwde verleden tijd betrouwen
betrouwden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon betrouwen
betrouwe aanvoegende wijs betrouwen
betrouwend onvoltooid deelwoord betrouwen
betrouwende woordvorm betrouwen
betrouwt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon betrouwen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van betrouwen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over betrouwen

Wat is de betekenis van betrouwen?
Betrouwen is een werkwoord. De betekenis is: vertrouwen op. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik betrouwen?
Zo vervoeg je betrouwen zo: de tegenwoordige tijd is betrouw, de verleden tijd is betrouwde en het voltooid deelwoord is betrouwd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord betrouwen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. T 2
  4. R 2
  5. O 1
  6. U 4
  7. W 5
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

betrouwen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. T 2
  4. R 2
  5. O 1
  6. U 2
  7. W 5
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

betrouwen in het kort

betrouwen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van betrouwen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort betrouwen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

betrouwen: vertrouwen op
Deel betrouwen — standaardnederlands.nl