bestrijken
werkwoordBetekenis
- ~ met in een strijkende beweging ergens iets op aanbrengen
- een bepaald gebied betreffen, beslaan
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van bestrijken
bestrijkenhele werkwoord — bestreekverleden tijd enkelvoud — bestrekenverleden tijd meervoud — bestrekenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bestrijk | bestreek |
| jij | bestrijkt | bestreek |
| hij, zij, het | bestrijkt | bestreek |
| wij | bestrijken | bestreken |
| jullie | bestrijken | bestreken |
| zij | bestrijken | bestreken |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben bestreken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bestreken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bestreek | verleden tijd |
| bestreken | verleden tijd, deelwoord |
| bestreken te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bestreken te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bestreken te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bestreken te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bestreken te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bestreken worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bestreken zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bestreken zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bestreken zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bestreken zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bestrijk | gebiedende wijs |
| bestrijke | aanvoegende wijs |
| bestrijkend | onvoltooid, deelwoord |
| er is bestreken | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bestreken | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bestreken | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bestreken | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bestreken worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bestreken zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bestreken worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bestreken zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bestreken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bestreken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bestreken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bestreken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bestreken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bestreken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bestreken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bestreken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bestreken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bestreken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bestreken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bestreken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bestreken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bestreken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bestreken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bestreken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bestreken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bestrijken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bestreken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bestrijken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bestreken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bestreken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bestreken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bestreken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bestreken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bestreken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bestreken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bestreken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bestreken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bestreken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bestreken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bestreken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bestreken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bestreken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bestreken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bestreken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bestreken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bestreken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bestreken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bestreken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bestreken hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bestreken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bestreken hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bestreken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bestreken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bestreken zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bestreken zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bestrijken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bestrijken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bestrijken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn bestreken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bestreken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bestreken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bestreken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bestreken hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bestreken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bestreken hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bestreken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bestreken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bestreken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bestreken zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bestreken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bestreken zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bestrijken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bestrijken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bestrijken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden bestreken hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bestreken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bestreken hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bestreken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bestreken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bestreken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bestreken zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bestreken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bestreken zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bestrijken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bestrijken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bestrijken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt bestreken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bestreken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bestreken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bestrijken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen bestreken hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bestreken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bestreken hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bestreken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bestreken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bestreken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bestreken zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bestreken zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bestreken zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bestrijken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bestrijken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bestrijken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bestrijken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult bestreken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bestreken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bestreken zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bestrijken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van strijken met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van bestrijken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bestreek | verleden tijd | bestrijken |
| bestreken | voltooid deelwoord | bestrijken |
| bestrijk | gebiedende wijs | bestrijken |
| bestrijke | aanvoegende wijs | bestrijken |
| bestrijkend | onvoltooid deelwoord | bestrijken |
| bestrijkende | woordvorm | bestrijken |
| bestrijkt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bestrijken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bestrijken zijn vastgelegd.