Naar de inhoud

bestormen

met een strijdmacht snel te voet een positie van de vijand trachten te overweldigen

bestormen

werkwoord /bəstɔrmə(n)/

Betekenis

  1. met een strijdmacht snel te voet een positie van de vijand trachten te overweldigen

Hoe spreek je bestormen uit?

/bəstɔrmən/

Bestormen bestaat uit drie lettergrepen.

De tekens in /bəstɔrmən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ə de
s sok
t tak
ɔ bot
r rood
m maan
n nek

Vervoeging van bestormen

bestormenhele werkwoord — bestormdeverleden tijd enkelvoud — bestormdenverleden tijd meervoud — bestormdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bestorm bestormde
jij bestormt bestormde
hij, zij, het bestormt bestormde
wij bestormen bestormden
jullie bestormen bestormden
zij bestormen bestormden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben bestormd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bestormd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bestorm gebiedende wijs
bestormd verleden tijd, deelwoord
bestormd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bestormd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bestormd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bestormd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bestormd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bestormd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bestormd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bestormd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bestormd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bestormd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bestormde verleden tijd
bestorme aanvoegende wijs
bestormend onvoltooid, deelwoord
er is bestormd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bestormd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bestormd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bestormd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bestormd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bestormd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bestormd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bestormd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bestormd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bestormd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bestormd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bestormd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bestormd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bestormd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bestormd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bestormd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bestormd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bestormd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bestormd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bestormd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bestormd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bestormd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bestormd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bestormd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bestormd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bestormen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bestormd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bestormen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bestormd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bestormd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bestormd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bestormd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bestormd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bestormd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bestormd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bestormd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bestormd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bestormd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bestormd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bestormd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bestormd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bestormd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bestormd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bestormd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bestormd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bestormd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bestormd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bestormd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bestormd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bestormd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bestormd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bestormd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bestormd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bestormd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bestormd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bestormen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bestormen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bestormen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn bestormd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bestormd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bestormd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bestormd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bestormd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bestormd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bestormd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bestormd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bestormd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bestormd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bestormd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bestormd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bestormd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bestormen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bestormen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bestormen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden bestormd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bestormd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bestormd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bestormd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bestormd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bestormd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bestormd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bestormd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bestormd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bestormen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bestormen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bestormen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt bestormd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bestormd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bestormd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bestormen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen bestormd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bestormd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bestormd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bestormd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bestormd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bestormd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bestormd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bestormd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bestormd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bestormen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bestormen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bestormen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bestormen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult bestormd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bestormd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bestormd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bestormen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van stormen met het voorvoegsel be-.

Woordfamilie van bestormen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bestorm gebiedende wijs bestormen
bestormd voltooid deelwoord bestormen
bestormde verleden tijd bestormen
bestormden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bestormen
bestorme aanvoegende wijs bestormen
bestormend onvoltooid deelwoord bestormen
bestormende woordvorm bestormen
bestormt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bestormen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bestormen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over bestormen

Hoe spreek je bestormen uit?
De uitspraak van bestormen is: /bəstɔrmə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent bestormen?
Bestormen is een werkwoord. Het woord betekent: met een strijdmacht snel te voet een positie van de vijand trachten te overweldigen.
Hoe vervoeg je bestormen?
Je vervoegt bestormen als volgt: de tegenwoordige tijd is bestorm, de verleden tijd is bestormde en het voltooid deelwoord is bestormd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bestormen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. S 2
  4. T 2
  5. O 1
  6. R 2
  7. M 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bestormen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. S 2
  4. T 2
  5. O 1
  6. R 2
  7. M 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bestormen in het kort

bestormen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van bestormen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bestormen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bestormen: met een strijdmacht snel te voet een positie van de vijand trachten te overweldigen
Deel bestormen — standaardnederlands.nl