besterven
werkwoordBetekenis
- het begin van het ontbindingsproces na de dood ondergaan
- overdrachtelijk verdwijnen alsof iets sterft
- het ~ bijzonder ergens van schrikken of van zijn stuk gebracht worden
werkwoord
- iets laten uitharen (kalk of verf)
Vervoeging van besterven
bestervenhele werkwoord — bestierfverleden tijd enkelvoud — bestiervenverleden tijd meervoud — bestorvenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | besterf | bestierf |
| jij | besterft | bestierf |
| hij, zij, het | besterft | bestierf |
| wij | besterven | bestierven |
| jullie | besterven | bestierven |
| zij | besterven | bestierven |
Alle 99 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben bestorven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bestorven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| besterf | gebiedende wijs |
| besterve | aanvoegende wijs |
| bestervend | onvoltooid, deelwoord |
| bestierf | verleden tijd |
| bestorven | verleden tijd, deelwoord |
| bestorven te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bestorven te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bestorven te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bestorven te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bestorven te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bestorven worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bestorven zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bestorven zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bestorven zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bestorven zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| er is bestorven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bestorven | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bestorven | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bestorven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bestorven worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bestorven zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bestorven worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bestorven zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| is bestorven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bestorven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te besterven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn bestorven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen besterven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bestorven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bestorven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bestorven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bestorven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bestorven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bestorven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bestorven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bestorven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bestorven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bestorven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bestorven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bestorven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bestorven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bestorven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bestorven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bestorven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bestorven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bestorven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bestorven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bestorven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal besterven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal besterven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal besterven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal bestorven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bestorven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bestorven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bestorven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bestorven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn bestorven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn bestorven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bestorven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bestorven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bestorven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou besterven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou besterven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou besterven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou bestorven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bestorven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bestorven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bestorven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bestorven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bestorven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden besterven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden besterven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden besterven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden bestorven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bestorven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bestorven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bestorven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bestorven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bestorven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt besterven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt bestorven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bestorven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen besterven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen besterven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen besterven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen besterven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen bestorven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bestorven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bestorven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bestorven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bestorven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bestorven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult besterven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult bestorven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bestorven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van sterven met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van besterven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| besterf | gebiedende wijs | besterven |
| besterft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | besterven |
| besterve | aanvoegende wijs | besterven |
| bestervend | onvoltooid deelwoord | besterven |
| bestervende | woordvorm | besterven |
| bestierf | verleden tijd | besterven |
| bestierven | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | besterven |
| bestorven | voltooid deelwoord | besterven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van besterven zijn vastgelegd.