Naar de inhoud

bestemmen

een bepaald doel, functie voor iets aanwijzen

bestemmen

werkwoord

Betekenis

  1. een bepaald doel, functie voor iets aanwijzen
  2. zenden aan, geven aan, bewaren voor

Vervoeging van bestemmen

bestemmenhele werkwoord — bestemdeverleden tijd enkelvoud — bestemdenverleden tijd meervoud — bestemdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bestem bestemde
jij bestemt bestemde
hij, zij, het bestemt bestemde
wij bestemmen bestemden
jullie bestemmen bestemden
zij bestemmen bestemden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
bestem gebiedende wijs
bestemd verleden tijd, deelwoord
bestemd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bestemd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bestemde verleden tijd
bestemme aanvoegende wijs
bestemmend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
had bestemd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bestemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bestemd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bestemd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bestemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bestemd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bestemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bestemd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bestemd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bestemd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bestemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bestemd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bestemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bestemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bestemd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bestemmen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bestemd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bestemmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal bestemd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bestemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bestemd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bestemmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bestemmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bestemmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou bestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bestemmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bestemmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bestemmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden bestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bestemmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bestemmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bestemmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt bestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bestemmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen bestemd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bestemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bestemd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bestemmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bestemmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bestemmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bestemmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult bestemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bestemmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘aanwijzen’ voor het eerst aangetroffen in 1348

Woordfamilie van bestemmen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bestem gebiedende wijs bestemmen
bestemd voltooid deelwoord bestemmen
bestemde verleden tijd bestemmen
bestemden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bestemmen
bestemme aanvoegende wijs bestemmen
bestemmend onvoltooid deelwoord bestemmen
bestemmende woordvorm bestemmen
bestemt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bestemmen
bestemder woordvorm bestemd

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bestemmen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bestemmen

Wat is de betekenis van bestemmen?
Bestemmen is een werkwoord. De betekenis is: een bepaald doel, functie voor iets aanwijzen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik bestemmen?
Zo vervoeg je bestemmen zo: de tegenwoordige tijd is bestem, de verleden tijd is bestemde en het voltooid deelwoord is bestemd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bestemmen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. S 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. M 3
  7. M 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bestemmen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. S 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. M 3
  7. M 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 zonder bonus
  11. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bestemmen in het kort

bestemmen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van bestemmen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort bestemmen bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

bestemmen: een bepaald doel, functie voor iets aanwijzen
Deel bestemmen — standaardnederlands.nl