Naar de inhoud

bespotten

belachelijk maken

bespotten

werkwoord

Betekenis

  1. belachelijk maken

Vervoeging van bespotten

bespottenhele werkwoord — bespotteverleden tijd enkelvoud — bespotvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bespot bespotte
jij bespot bespotte
hij, zij, het bespot bespotte
wij bespotten —
jullie bespotten —
zij bespotten —
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben bespot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bespot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bespot gebiedende wijs
bespot verleden tijd, deelwoord
bespot te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bespot te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bespot te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bespot te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bespot te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bespot worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bespot zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bespot zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bespot zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bespot zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bespotte verleden tijd
bespotte aanvoegende wijs
bespottend onvoltooid, deelwoord
er is bespot impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bespot impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bespot impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bespot impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bespot worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bespot zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bespot worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bespot zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bespot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bespot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bespot voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bespot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bespot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bespot voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bespot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bespot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bespot actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bespot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bespot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bespot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bespot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bespot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bespot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bespot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bespot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bespotten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bespot actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bespotten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bespot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bespot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bespot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bespot voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bespot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bespot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bespot voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bespot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bespot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bespot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bespot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bespot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bespot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bespot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bespot enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bespot enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bespot enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bespot enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bespot enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bespot enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bespot hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bespot hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bespot hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bespot worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bespot worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bespot zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bespot zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bespotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bespotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bespotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn bespot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bespot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bespot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bespot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bespot hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bespot hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bespot hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bespot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bespot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bespot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bespot zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bespot zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bespot zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bespotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bespotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bespotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden bespot hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bespot hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bespot hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bespot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bespot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bespot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bespot zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bespot zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bespot zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bespotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bespotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bespotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt bespot hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bespot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bespot zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bespotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen bespot hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bespot hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bespot hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bespot worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bespot worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bespot worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bespot zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bespot zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bespot zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bespotten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bespotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bespotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bespotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult bespot hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bespot worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bespot zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bespotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van bespotten

Vervoeging van bespotten

bespottenhele werkwoord — bespotteverleden tijd enkelvoud — bespotvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bespot bespotte
jij bespot bespotte
hij, zij, het bespot bespotte
wij bespotten —
jullie bespotten —
zij bespotten —
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben bespot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bespot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bespot gebiedende wijs
bespot verleden tijd, deelwoord
bespot te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bespot te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bespot te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bespot te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bespot te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bespot worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bespot zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bespot zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bespot zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bespot zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bespotte verleden tijd
bespotte aanvoegende wijs
bespottend onvoltooid, deelwoord
er is bespot impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bespot impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bespot impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bespot impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bespot worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bespot zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bespot worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bespot zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bespot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bespot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bespot voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bespot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bespot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bespot voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bespot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bespot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bespot actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bespot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bespot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bespot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bespot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bespot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bespot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bespot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bespot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bespotten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bespot actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bespotten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bespot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bespot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bespot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bespot voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bespot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bespot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bespot voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bespot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bespot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bespot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bespot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bespot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bespot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bespot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bespot enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bespot enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bespot enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bespot enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bespot enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bespot enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bespot hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bespot hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bespot hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bespot worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bespot worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bespot zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bespot zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bespotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bespotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bespotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn bespot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bespot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bespot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bespot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bespot hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bespot hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bespot hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bespot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bespot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bespot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bespot zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bespot zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bespot zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bespotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bespotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bespotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden bespot hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bespot hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bespot hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bespot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bespot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bespot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bespot zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bespot zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bespot zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bespotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bespotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bespotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt bespot hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bespot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bespot zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bespotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen bespot hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bespot hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bespot hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bespot worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bespot worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bespot worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bespot zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bespot zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bespot zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bespotten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bespotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bespotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bespotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult bespot hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bespot worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bespot zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bespotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van spotten met het voorvoegsel be-.

Woordfamilie van bespotten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bespot voltooid deelwoord bespotten
bespotte verleden tijd bespotten
bespottend onvoltooid deelwoord bespotten
bespottende woordvorm bespotten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bespotten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over bespotten

Wat betekent bespotten?
Bespotten is een werkwoord. Het woord betekent: belachelijk maken.
Hoe vervoeg je bespotten?
Je vervoegt bespotten als volgt: de tegenwoordige tijd is bespot, de verleden tijd is bespotte en het voltooid deelwoord is bespot. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bespotten is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. S 2
  4. P 3
  5. O 1
  6. T 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bespotten levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. S 2
  4. P 4
  5. O 1
  6. T 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 zonder bonus
  11. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bespotten in het kort

bespotten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van bespotten zijn 71 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bespotten bij een woordfamilie van 4 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bespotten: belachelijk maken
Deel bespotten — standaardnederlands.nl