besnaren
werkwoordBetekenis
- voorzien van snaren
Vervoeging van besnaren
besnarenhele werkwoord — besnaardeverleden tijd enkelvoud — besnaardenverleden tijd meervoud — besnaardvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | besnaar | besnaarde |
| jij | besnaart | besnaarde |
| hij, zij, het | besnaart | besnaarde |
| wij | besnaren | besnaarden |
| jullie | besnaren | besnaarden |
| zij | besnaren | besnaarden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben besnaard | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent besnaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| besnaar | gebiedende wijs |
| besnaard | verleden tijd, deelwoord |
| besnaard te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| besnaard te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| besnaard te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| besnaard te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| besnaard te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| besnaard worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| besnaard zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| besnaard zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| besnaard zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| besnaard zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| besnaarde | verleden tijd |
| besnare | aanvoegende wijs |
| besnarend | onvoltooid, deelwoord |
| er is besnaard | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was besnaard | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd besnaard | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt besnaard | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal besnaard worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal besnaard zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou besnaard worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou besnaard zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had besnaard | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had besnaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had besnaard | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden besnaard | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden besnaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden besnaard | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt besnaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb besnaard | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben besnaard | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben besnaard | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben besnaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben besnaard | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt besnaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft besnaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft besnaard | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is besnaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is besnaard | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te besnaren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben besnaard | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen besnaren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart besnaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren besnaard | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren besnaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren besnaard | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was besnaard | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was besnaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was besnaard | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd besnaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd besnaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd besnaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden besnaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden besnaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden besnaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt besnaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word besnaard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden besnaard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden besnaard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden besnaard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt besnaard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt besnaard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal besnaard hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal besnaard hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal besnaard hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal besnaard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal besnaard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal besnaard zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal besnaard zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal besnaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal besnaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal besnaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn besnaard | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn besnaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn besnaard | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt besnaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou besnaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou besnaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou besnaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou besnaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou besnaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou besnaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou besnaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou besnaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou besnaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou besnaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou besnaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou besnaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden besnaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden besnaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden besnaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden besnaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden besnaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden besnaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden besnaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden besnaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden besnaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden besnaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden besnaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden besnaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt besnaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt besnaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt besnaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt besnaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen besnaard hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen besnaard hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen besnaard hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen besnaard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen besnaard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen besnaard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen besnaard zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen besnaard zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen besnaard zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen besnaren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen besnaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen besnaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen besnaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult besnaard hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult besnaard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult besnaard zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult besnaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van snaar met het voorvoegsel be- met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van besnaren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| besnaar | gebiedende wijs | besnaren |
| besnaard | voltooid deelwoord | besnaren |
| besnaarde | verleden tijd | besnaren |
| besnaarden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | besnaren |
| besnaart | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | besnaren |
| besnare | aanvoegende wijs | besnaren |
| besnarend | onvoltooid deelwoord | besnaren |
| besnarende | woordvorm | besnaren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van besnaren zijn vastgelegd.