Naar de inhoud

besluipen

stil en heimelijk naar iets of iemand toegaan zodat die het niet merkt

besluipen

werkwoord

Betekenis

  1. stil en heimelijk naar iets of iemand toegaan zodat die het niet merkt

Vervoeging van besluipen

besluipenhele werkwoord — besloopverleden tijd enkelvoud — beslopenverleden tijd meervoud — beslopenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik besluip besloop
jij besluipt besloop
hij, zij, het besluipt besloop
wij besluipen beslopen
jullie besluipen beslopen
zij besluipen beslopen
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben beslopen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent beslopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
besloop verleden tijd
beslopen verleden tijd, deelwoord
beslopen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
beslopen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
beslopen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
beslopen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
beslopen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
beslopen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
beslopen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
beslopen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
beslopen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
beslopen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
besluip gebiedende wijs
besluipe aanvoegende wijs
besluipend onvoltooid, deelwoord
er is beslopen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was beslopen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd beslopen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt beslopen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal beslopen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal beslopen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou beslopen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou beslopen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had beslopen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had beslopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had beslopen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden beslopen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden beslopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden beslopen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt beslopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb beslopen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben beslopen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben beslopen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben beslopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben beslopen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt beslopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft beslopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft beslopen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is beslopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is beslopen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te besluipen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben beslopen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen besluipen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart beslopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren beslopen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren beslopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren beslopen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was beslopen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was beslopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was beslopen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd beslopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd beslopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd beslopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden beslopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden beslopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden beslopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt beslopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word beslopen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden beslopen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden beslopen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden beslopen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt beslopen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt beslopen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal beslopen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beslopen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal beslopen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal beslopen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beslopen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal beslopen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beslopen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal besluipen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal besluipen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal besluipen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn beslopen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn beslopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn beslopen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt beslopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou beslopen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beslopen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beslopen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou beslopen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beslopen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou beslopen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beslopen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beslopen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beslopen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou besluipen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou besluipen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou besluipen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden beslopen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden beslopen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden beslopen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beslopen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden beslopen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden beslopen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beslopen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden beslopen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden beslopen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden besluipen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden besluipen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden besluipen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt beslopen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beslopen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beslopen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt besluipen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen beslopen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen beslopen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen beslopen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beslopen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen beslopen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen beslopen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beslopen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen beslopen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen beslopen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen besluipen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen besluipen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen besluipen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen besluipen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult beslopen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult beslopen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult beslopen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult besluipen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van sluipen met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van besluipen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
besloop verleden tijd besluipen
beslopen voltooid deelwoord besluipen
besluip gebiedende wijs besluipen
besluipe aanvoegende wijs besluipen
besluipend onvoltooid deelwoord besluipen
besluipende woordvorm besluipen
besluipt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon besluipen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van besluipen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over besluipen

Wat betekent besluipen?
Besluipen is een werkwoord. Het woord betekent: stil en heimelijk naar iets of iemand toegaan zodat die het niet merkt.
Hoe vervoeg je besluipen?
Je vervoegt besluipen als volgt: de tegenwoordige tijd is besluip, de verleden tijd is besloop en het voltooid deelwoord is beslopen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord besluipen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. S 2
  4. L 3
  5. U 4
  6. I 1
  7. P 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

besluipen levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. S 2
  4. L 3
  5. U 2
  6. I 2
  7. P 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 zonder bonus
  11. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

besluipen in het kort

besluipen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van besluipen zijn 74 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort besluipen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

besluipen: stil en heimelijk naar iets of iemand toegaan zodat die het niet merkt
Deel besluipen — standaardnederlands.nl