beschilderen
werkwoord bəˈsxɪldərə(n)Betekenis
- met verf een afbeelding op iets aanbrengen
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Hoe spreek je beschilderen uit?
/bəˈsxɪldərən/
Beschilderen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| s | sok |
| x | acht |
| ɪ | pit |
| l | land |
| d | dak |
| r | rood |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van beschilderen
beschilderenhele werkwoord — beschilderdeverleden tijd enkelvoud — beschilderdenverleden tijd meervoud — beschilderdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | beschilder | beschilderde |
| jij | beschildert | beschilderde |
| hij, zij, het | beschildert | beschilderde |
| wij | beschilderen | beschilderden |
| jullie | beschilderen | beschilderden |
| zij | beschilderen | beschilderden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben beschilderd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent beschilderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| beschilder | gebiedende wijs |
| beschilderd | verleden tijd, deelwoord |
| beschilderd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| beschilderd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| beschilderd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beschilderd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beschilderd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beschilderd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| beschilderd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| beschilderd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beschilderd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beschilderd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beschilderde | verleden tijd |
| beschildere | aanvoegende wijs |
| beschilderend | onvoltooid, deelwoord |
| er is beschilderd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was beschilderd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd beschilderd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt beschilderd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal beschilderd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal beschilderd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou beschilderd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou beschilderd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had beschilderd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had beschilderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had beschilderd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden beschilderd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden beschilderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden beschilderd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt beschilderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb beschilderd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben beschilderd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben beschilderd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben beschilderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben beschilderd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt beschilderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft beschilderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft beschilderd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is beschilderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is beschilderd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te beschilderen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben beschilderd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen beschilderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart beschilderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren beschilderd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren beschilderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren beschilderd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was beschilderd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was beschilderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was beschilderd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd beschilderd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd beschilderd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd beschilderd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden beschilderd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden beschilderd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden beschilderd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt beschilderd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word beschilderd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden beschilderd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden beschilderd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden beschilderd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt beschilderd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt beschilderd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal beschilderd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beschilderd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal beschilderd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal beschilderd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beschilderd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal beschilderd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beschilderd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal beschilderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal beschilderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal beschilderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn beschilderd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn beschilderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn beschilderd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt beschilderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou beschilderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beschilderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beschilderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou beschilderd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beschilderd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou beschilderd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beschilderd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beschilderd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beschilderd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou beschilderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou beschilderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou beschilderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden beschilderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden beschilderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden beschilderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beschilderd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden beschilderd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden beschilderd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beschilderd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden beschilderd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden beschilderd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beschilderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden beschilderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden beschilderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt beschilderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beschilderd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beschilderd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beschilderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen beschilderd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen beschilderd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen beschilderd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beschilderd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen beschilderd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen beschilderd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beschilderd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen beschilderd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen beschilderd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beschilderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen beschilderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen beschilderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen beschilderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult beschilderd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beschilderd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beschilderd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beschilderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van schilderen met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van beschilderen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| beschilder | gebiedende wijs | beschilderen |
| beschilderd | voltooid deelwoord | beschilderen |
| beschilderde | verleden tijd | beschilderen |
| beschilderden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | beschilderen |
| beschildere | aanvoegende wijs | beschilderen |
| beschilderend | onvoltooid deelwoord | beschilderen |
| beschilderende | woordvorm | beschilderen |
| beschildert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | beschilderen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beschilderen zijn vastgelegd.