Naar de inhoud

beroken

een oppervlak aan rook blootstellen

beroken

werkwoord

Betekenis

  1. een oppervlak aan rook blootstellen
  2. gebruik maken van een beroker om bijen rustig te maken
  3. een oppervlak een speciale behandeling geven met een gas, rook of damp

Vervoeging van beroken

berokenhele werkwoord — berookteverleden tijd enkelvoud — berooktenverleden tijd meervoud — berooktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik berook berookte
jij berookt berookte
hij, zij, het berookt berookte
wij beroken berookten
jullie beroken berookten
zij beroken berookten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
beroke aanvoegende wijs
berokend onvoltooid, deelwoord
berook gebiedende wijs
berookt verleden tijd, deelwoord
berookt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
berookt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
berookte verleden tijd
ev. gebiedende wijs
had berookt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had berookt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had berookt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden berookt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden berookt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden berookt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt berookt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb berookt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben berookt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben berookt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben berookt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben berookt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt berookt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft berookt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft berookt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te beroken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben berookt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen beroken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal beroken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal beroken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal beroken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal berookt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal berookt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal berookt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou beroken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou beroken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou beroken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou berookt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou berookt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou berookt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beroken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden beroken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden beroken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden berookt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden berookt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden berookt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt beroken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt berookt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen beroken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen beroken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen beroken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen beroken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen berookt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen berookt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen berookt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult beroken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult berookt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van beruiken
  • voltooid deelwoord van beruiken

Vervoeging van beroken

berokenhele werkwoord — berookteverleden tijd enkelvoud — berooktenverleden tijd meervoud — berooktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik berook berookte
jij berookt berookte
hij, zij, het berookt berookte
wij beroken berookten
jullie beroken berookten
zij beroken berookten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
beroke aanvoegende wijs
berokend onvoltooid, deelwoord
berook gebiedende wijs
berookt verleden tijd, deelwoord
berookt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
berookt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
berookte verleden tijd
ev. gebiedende wijs
had berookt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had berookt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had berookt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden berookt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden berookt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden berookt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt berookt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb berookt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben berookt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben berookt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben berookt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben berookt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt berookt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft berookt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft berookt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te beroken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben berookt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen beroken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal beroken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal beroken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal beroken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal berookt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal berookt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal berookt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou beroken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou beroken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou beroken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou berookt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou berookt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou berookt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beroken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden beroken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden beroken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden berookt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden berookt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden berookt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt beroken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt berookt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen beroken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen beroken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen beroken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen beroken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen berookt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen berookt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen berookt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult beroken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult berookt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van roken met het voorvoegsel be-.

Woordfamilie van beroken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
beroke aanvoegende wijs beroken
berokend onvoltooid deelwoord beroken
berokende woordvorm beroken
berookt voltooid deelwoord beroken
berookten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon beroken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beroken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over beroken

Wat betekent beroken?
Beroken is een werkwoord. Het woord betekent: een oppervlak aan rook blootstellen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je beroken?
Je vervoegt beroken als volgt: de tegenwoordige tijd is berook, de verleden tijd is berookte en het voltooid deelwoord is berookt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord beroken is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. R 2
  4. O 1
  5. K 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

beroken levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 103 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. O 1
  5. K 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 zonder bonus
  9. 103 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

beroken telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

beroken in het kort

beroken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van beroken zijn 31 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort beroken bij een woordfamilie van 5 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

beroken: een oppervlak aan rook blootstellen
Deel beroken — standaardnederlands.nl