Naar de inhoud

beproeven

onderzoeken of het de juiste is

beproeven

werkwoord

Betekenis

  1. onderzoeken of het de juiste is
  2. testen, op de proef stellen

Vervoeging van beproeven

beproevenhele werkwoord — beproefdeverleden tijd enkelvoud — beproefdenverleden tijd meervoud — beproefdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik beproef beproefde
jij beproeft beproefde
hij, zij, het beproeft beproefde
wij beproeven beproefden
jullie beproeven beproefden
zij beproeven beproefden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben beproefd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent beproefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
beproef gebiedende wijs
beproefd verleden tijd, deelwoord
beproefd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
beproefd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
beproefd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
beproefd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
beproefd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
beproefd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
beproefd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
beproefd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
beproefd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
beproefd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
beproefde verleden tijd
beproeve aanvoegende wijs
beproevend onvoltooid, deelwoord
er is beproefd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was beproefd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd beproefd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt beproefd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal beproefd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal beproefd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou beproefd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou beproefd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had beproefd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had beproefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had beproefd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden beproefd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden beproefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden beproefd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt beproefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb beproefd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben beproefd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben beproefd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben beproefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben beproefd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt beproefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft beproefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft beproefd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is beproefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is beproefd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te beproeven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben beproefd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen beproeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart beproefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren beproefd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren beproefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren beproefd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was beproefd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was beproefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was beproefd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd beproefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd beproefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd beproefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden beproefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden beproefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden beproefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt beproefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word beproefd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden beproefd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden beproefd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden beproefd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt beproefd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt beproefd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal beproefd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beproefd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal beproefd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal beproefd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beproefd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal beproefd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beproefd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal beproeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal beproeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal beproeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn beproefd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn beproefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn beproefd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt beproefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou beproefd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beproefd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beproefd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou beproefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beproefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou beproefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beproefd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beproefd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beproefd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou beproeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou beproeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou beproeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden beproefd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden beproefd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden beproefd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beproefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden beproefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden beproefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beproefd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden beproefd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden beproefd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beproeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden beproeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden beproeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt beproefd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beproefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beproefd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beproeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen beproefd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen beproefd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen beproefd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beproefd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen beproefd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen beproefd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beproefd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen beproefd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen beproefd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beproeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen beproeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen beproeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen beproeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult beproefd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult beproefd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult beproefd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult beproeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van proeven met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van beproeven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
beproef gebiedende wijs beproeven
beproefden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon beproeven
beproeft aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon beproeven
beproeve aanvoegende wijs beproeven
beproevend onvoltooid deelwoord beproeven
beproevende woordvorm beproeven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beproeven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over beproeven

Wat betekent beproeven?
Beproeven is een werkwoord. Het woord betekent: onderzoeken of het de juiste is. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je beproeven?
Je vervoegt beproeven als volgt: de tegenwoordige tijd is beproef, de verleden tijd is beproefde en het voltooid deelwoord is beproefd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord beproeven is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. P 3
  4. R 2
  5. O 1
  6. E 1
  7. V 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

beproeven levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. P 4
  4. R 2
  5. O 1
  6. E 1
  7. V 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

beproeven in het kort

beproeven staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van beproeven zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort beproeven bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

beproeven: onderzoeken of het de juiste is
Deel beproeven — standaardnederlands.nl