beoliën
werkwoordBetekenis
- olie aanbrengen op iets
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van beoliën
beoliënhele werkwoord — beoliedeverleden tijd enkelvoud — beoliedenverleden tijd meervoud — beoliedvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | beolie | beoliede |
| jij | beoliet | beoliede |
| hij, zij, het | beoliet | beoliede |
| wij | beoliën | beolieden |
| jullie | beoliën | beolieden |
| zij | beoliën | beolieden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| beolie | gebiedende wijs |
| beolied | verleden tijd, deelwoord |
| beolied te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beolied zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beoliede | verleden tijd |
| beolië | aanvoegende wijs |
| beoliënd | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| had beolied | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had beolied | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had beolied | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden beolied | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden beolied | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden beolied | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt beolied | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb beolied | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben beolied | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben beolied | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben beolied | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben beolied | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt beolied | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft beolied | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft beolied | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te beoliën | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben beolied | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen beoliën | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal beolied hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beolied hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal beolied hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal beoliën | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal beoliën | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal beoliën | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou beolied hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beolied hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beolied hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou beoliën | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou beoliën | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou beoliën | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden beolied hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden beolied hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden beolied hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beoliën | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden beoliën | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden beoliën | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt beolied hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beoliën | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen beolied hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen beolied hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen beolied hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beoliën | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen beoliën | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen beoliën | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen beoliën | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult beolied hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beoliën | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van oliën met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van beoliën
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| beolie | gebiedende wijs | beoliën |
| beolied | voltooid deelwoord | beoliën |
| beoliede | verleden tijd | beoliën |
| beolieden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | beoliën |
| beoliet | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | beoliën |
| beolië | aanvoegende wijs | beoliën |
| beoliënd | onvoltooid deelwoord | beoliën |
| beoliënde | woordvorm | beoliën |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beoliën zijn vastgelegd.