Naar de inhoud

beoefenen

bij regelmaat zich in iets bekwamen

beoefenen

werkwoord bəˈʔufənə(n)

Betekenis

  1. bij regelmaat zich in iets bekwamen
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Hoe spreek je beoefenen uit?

/bəˈufənən/

Beoefenen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /bəˈufənən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ə de
u boek
f fiets
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van beoefenen

beoefenenhele werkwoord — beoefendeverleden tijd enkelvoud — beoefendenverleden tijd meervoud — beoefendvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik beoefen beoefende
jij beoefent beoefende
hij, zij, het beoefent beoefende
wij beoefenen beoefenden
jullie beoefenen beoefenden
zij beoefenen beoefenden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben beoefend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent beoefend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
beoefen gebiedende wijs
beoefend verleden tijd, deelwoord
beoefend te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
beoefend te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
beoefend te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
beoefend te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
beoefend te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
beoefend worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
beoefend zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
beoefend zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
beoefend zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
beoefend zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
beoefende verleden tijd
beoefene aanvoegende wijs
beoefenend onvoltooid, deelwoord
er is beoefend impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was beoefend impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd beoefend impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt beoefend impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal beoefend worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal beoefend zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou beoefend worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou beoefend zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had beoefend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had beoefend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had beoefend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden beoefend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden beoefend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden beoefend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt beoefend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb beoefend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben beoefend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben beoefend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben beoefend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben beoefend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt beoefend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft beoefend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft beoefend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is beoefend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is beoefend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te beoefenen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben beoefend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen beoefenen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart beoefend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren beoefend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren beoefend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren beoefend voltooid, verleden tijd, derde persoon
was beoefend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was beoefend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was beoefend voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd beoefend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd beoefend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd beoefend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden beoefend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden beoefend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden beoefend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt beoefend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word beoefend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden beoefend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden beoefend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden beoefend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt beoefend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt beoefend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal beoefend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beoefend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal beoefend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal beoefend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beoefend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal beoefend zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beoefend zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal beoefenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal beoefenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal beoefenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn beoefend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn beoefend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn beoefend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt beoefend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou beoefend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beoefend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beoefend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou beoefend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beoefend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou beoefend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beoefend zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beoefend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beoefend zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou beoefenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou beoefenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou beoefenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden beoefend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden beoefend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden beoefend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beoefend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden beoefend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden beoefend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beoefend zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden beoefend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden beoefend zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beoefenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden beoefenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden beoefenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt beoefend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beoefend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beoefend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beoefenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen beoefend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen beoefend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen beoefend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beoefend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen beoefend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen beoefend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beoefend zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen beoefend zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen beoefend zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beoefenen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen beoefenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen beoefenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen beoefenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult beoefend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult beoefend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult beoefend zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult beoefenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van oefenen met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van beoefenen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
beoefen gebiedende wijs beoefenen
beoefend voltooid deelwoord beoefenen
beoefende verleden tijd beoefenen
beoefenden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon beoefenen
beoefene aanvoegende wijs beoefenen
beoefenend onvoltooid deelwoord beoefenen
beoefenende woordvorm beoefenen
beoefent aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon beoefenen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beoefenen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over beoefenen

Hoe spreek je beoefenen uit?
De uitspraak van beoefenen is: /bəˈʔufənə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent beoefenen?
Beoefenen is een werkwoord. Het woord betekent: bij regelmaat zich in iets bekwamen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je beoefenen?
Je vervoegt beoefenen als volgt: de tegenwoordige tijd is beoefen, de verleden tijd is beoefende en het voltooid deelwoord is beoefend. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord beoefenen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. O 1
  4. E 1
  5. F 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

beoefenen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. O 1
  4. E 1
  5. F 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 zonder bonus
  11. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

beoefenen in het kort

beoefenen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van beoefenen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort beoefenen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

beoefenen: bij regelmaat zich in iets bekwamen
Deel beoefenen — standaardnederlands.nl