benadeelde
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- iemand die van iets of iemand schade heeft ondervonden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| benadeelden | meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud verleden tijd van benadelen
- verbogen vorm van benadeeld, voltooid deelwoord van benadelen
Vervoeging van benadeelde
benadeeldehele werkwoord
Herkomst
Afgeleid van benadeeld met het achtervoegsel -e