Naar de inhoud

bemoeilijken

moeilijker maken

bemoeilijken

werkwoord bəˈmujləkə(n)

Betekenis

  1. moeilijker maken

Hoe spreek je bemoeilijken uit?

/bəˈmujləkən/

Bemoeilijken bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /bəˈmujləkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ə de
m maan
u boek
j ja
l land
k kat
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van bemoeilijken

bemoeilijkenhele werkwoord — bemoeilijkteverleden tijd enkelvoud — bemoeilijktenverleden tijd meervoud — bemoeilijktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bemoeilijk bemoeilijkte
jij bemoeilijkt bemoeilijkte
hij, zij, het bemoeilijkt bemoeilijkte
wij bemoeilijken bemoeilijkten
jullie bemoeilijken bemoeilijkten
zij bemoeilijken bemoeilijkten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
bemoeilijk gebiedende wijs
bemoeilijke aanvoegende wijs
bemoeilijkend onvoltooid, deelwoord
bemoeilijkt verleden tijd, deelwoord
bemoeilijkt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bemoeilijkt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bemoeilijkt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bemoeilijkt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bemoeilijkt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bemoeilijkt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bemoeilijkt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bemoeilijkt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bemoeilijkt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bemoeilijkt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bemoeilijkte verleden tijd
ben bemoeilijkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bemoeilijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is bemoeilijkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bemoeilijkt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bemoeilijkt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bemoeilijkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bemoeilijkt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bemoeilijkt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bemoeilijkt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bemoeilijkt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bemoeilijkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bemoeilijkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bemoeilijkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bemoeilijkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bemoeilijkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bemoeilijkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bemoeilijkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bemoeilijkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bemoeilijkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bemoeilijkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bemoeilijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bemoeilijkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bemoeilijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bemoeilijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bemoeilijkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bemoeilijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bemoeilijkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bemoeilijken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bemoeilijkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bemoeilijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bemoeilijkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bemoeilijkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bemoeilijkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bemoeilijkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bemoeilijkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bemoeilijkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bemoeilijkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bemoeilijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bemoeilijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bemoeilijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bemoeilijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bemoeilijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bemoeilijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bemoeilijkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bemoeilijkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bemoeilijkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bemoeilijkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bemoeilijkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bemoeilijkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bemoeilijkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bemoeilijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bemoeilijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bemoeilijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal bemoeilijkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bemoeilijkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bemoeilijkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bemoeilijkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bemoeilijkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bemoeilijkt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bemoeilijkt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn bemoeilijkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bemoeilijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bemoeilijkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bemoeilijkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bemoeilijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bemoeilijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bemoeilijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou bemoeilijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bemoeilijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bemoeilijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bemoeilijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bemoeilijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bemoeilijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bemoeilijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bemoeilijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bemoeilijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bemoeilijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bemoeilijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bemoeilijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden bemoeilijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bemoeilijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bemoeilijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bemoeilijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bemoeilijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bemoeilijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bemoeilijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bemoeilijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bemoeilijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bemoeilijken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt bemoeilijkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bemoeilijkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bemoeilijkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bemoeilijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bemoeilijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bemoeilijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bemoeilijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen bemoeilijkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bemoeilijkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bemoeilijkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bemoeilijkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bemoeilijkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bemoeilijkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bemoeilijkt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bemoeilijkt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bemoeilijkt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bemoeilijken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult bemoeilijkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bemoeilijkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bemoeilijkt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van moeilijk met het voorvoegsel be- met het achtervoegsel -en.

Woordfamilie van bemoeilijken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bemoeilijk gebiedende wijs bemoeilijken
bemoeilijke aanvoegende wijs bemoeilijken
bemoeilijkend onvoltooid deelwoord bemoeilijken
bemoeilijkende woordvorm bemoeilijken
bemoeilijkt voltooid deelwoord bemoeilijken
bemoeilijkte verleden tijd bemoeilijken
bemoeilijkten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bemoeilijken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bemoeilijken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bemoeilijken

Hoe spreek je bemoeilijken uit?
De uitspraak van bemoeilijken is: /bəˈmujləkə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent bemoeilijken?
Bemoeilijken is een werkwoord. Het woord betekent: moeilijker maken.
Hoe vervoeg je bemoeilijken?
Je vervoegt bemoeilijken als volgt: de tegenwoordige tijd is bemoeilijk, de verleden tijd is bemoeilijkte en het voltooid deelwoord is bemoeilijkt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bemoeilijken is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. M 3
  4. O 1
  5. E 1
  6. I 1
  7. L 3
  8. I 1
  9. J 4
  10. K 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bemoeilijken levert met Wordfeud minimaal 26 en maximaal 102 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. M 3
  4. O 1
  5. E 1
  6. I 2
  7. L 3
  8. I 2
  9. J 4
  10. K 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 26 zonder bonus
  14. 102 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bemoeilijken in het kort

bemoeilijken staat in dit woordenboek als werkwoord. Van bemoeilijken zijn 74 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bemoeilijken bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bemoeilijken: moeilijker maken
Deel bemoeilijken — standaardnederlands.nl