bemerken
werkwoordBetekenis
- zich ergens bewust van worden
Vervoeging van bemerken
bemerkenhele werkwoord — bemerkteverleden tijd enkelvoud — bemerktenverleden tijd meervoud — bemerktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bemerk | bemerkte |
| jij | bemerkt | bemerkte |
| hij, zij, het | bemerkt | bemerkte |
| wij | bemerken | bemerkten |
| jullie | bemerken | bemerkten |
| zij | bemerken | bemerkten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| bemerk | gebiedende wijs |
| bemerke | aanvoegende wijs |
| bemerkend | onvoltooid, deelwoord |
| bemerkt | verleden tijd, deelwoord |
| bemerkt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bemerkt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bemerkt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bemerkt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bemerkt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bemerkt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bemerkt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bemerkt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bemerkt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bemerkt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bemerkte | verleden tijd |
| ben bemerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bemerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is bemerkt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bemerkt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bemerkt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bemerkt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bemerkt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bemerkt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bemerkt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bemerkt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bemerkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bemerkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bemerkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bemerkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bemerkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bemerkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bemerkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bemerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bemerkt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bemerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bemerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bemerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bemerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bemerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bemerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bemerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bemerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bemerken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bemerkt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bemerken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bemerkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bemerkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bemerkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bemerkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bemerkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bemerkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bemerkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bemerkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bemerkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bemerkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bemerkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bemerkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bemerkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bemerkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bemerkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bemerkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bemerkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bemerkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bemerkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bemerkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bemerken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bemerken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bemerken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal bemerkt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bemerkt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bemerkt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bemerkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bemerkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bemerkt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bemerkt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn bemerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bemerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bemerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bemerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bemerken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bemerken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bemerken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou bemerkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bemerkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bemerkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bemerkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bemerkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bemerkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bemerkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bemerkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bemerkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bemerken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bemerken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bemerken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden bemerkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bemerkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bemerkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bemerkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bemerkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bemerkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bemerkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bemerkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bemerkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt bemerken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt bemerkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bemerkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bemerkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen bemerken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bemerken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bemerken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bemerken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen bemerkt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bemerkt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bemerkt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bemerkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bemerkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bemerkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bemerkt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bemerkt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bemerkt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult bemerken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult bemerkt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bemerkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bemerkt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van merken met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van bemerken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bemerk | gebiedende wijs | bemerken |
| bemerke | aanvoegende wijs | bemerken |
| bemerkend | onvoltooid deelwoord | bemerken |
| bemerkende | woordvorm | bemerken |
| bemerkt | voltooid deelwoord | bemerken |
| bemerkte | verleden tijd | bemerken |
| bemerkten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bemerken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bemerken zijn vastgelegd.