beluisteren
werkwoordBetekenis
- aandachtig naar iets luisteren om iets goed te kunnen begrijpen en aanvoelen
Vervoeging van beluisteren
beluisterenhele werkwoord — beluisterdeverleden tijd enkelvoud — beluisterdenverleden tijd meervoud — beluisterdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | beluister | beluisterde |
| jij | beluistert | beluisterde |
| hij, zij, het | beluistert | beluisterde |
| wij | beluisteren | beluisterden |
| jullie | beluisteren | beluisterden |
| zij | beluisteren | beluisterden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| beluister | gebiedende wijs |
| beluisterd | verleden tijd, deelwoord |
| beluisterd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| beluisterd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| beluisterd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beluisterd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beluisterd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beluisterd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| beluisterd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| beluisterd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beluisterd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beluisterd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beluisterde | verleden tijd |
| beluistere | aanvoegende wijs |
| beluisterend | onvoltooid, deelwoord |
| ben beluisterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent beluisterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is beluisterd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was beluisterd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd beluisterd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt beluisterd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal beluisterd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal beluisterd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou beluisterd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou beluisterd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had beluisterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had beluisterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had beluisterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden beluisterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden beluisterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden beluisterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt beluisterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb beluisterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben beluisterd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben beluisterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben beluisterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben beluisterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt beluisterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft beluisterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft beluisterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is beluisterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is beluisterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te beluisteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben beluisterd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen beluisteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart beluisterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren beluisterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren beluisterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren beluisterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was beluisterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was beluisterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was beluisterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd beluisterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd beluisterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd beluisterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden beluisterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden beluisterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden beluisterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt beluisterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word beluisterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden beluisterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden beluisterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden beluisterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt beluisterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt beluisterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal beluisterd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beluisterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal beluisterd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal beluisterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beluisterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal beluisterd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beluisterd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal beluisteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal beluisteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal beluisteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn beluisterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn beluisterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn beluisterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt beluisterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou beluisterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beluisterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beluisterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou beluisterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beluisterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou beluisterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beluisterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beluisterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beluisterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou beluisteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou beluisteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou beluisteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden beluisterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden beluisterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden beluisterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beluisterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden beluisterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden beluisterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beluisterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden beluisterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden beluisterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beluisteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden beluisteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden beluisteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt beluisterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beluisterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beluisterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beluisteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen beluisterd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen beluisterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen beluisterd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beluisterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen beluisterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen beluisterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beluisterd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen beluisterd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen beluisterd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beluisteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen beluisteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen beluisteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen beluisteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult beluisterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beluisterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beluisterd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beluisteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van luisteren met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van beluisteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| beluister | gebiedende wijs | beluisteren |
| beluisterd | voltooid deelwoord | beluisteren |
| beluisterde | verleden tijd | beluisteren |
| beluisterden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | beluisteren |
| beluistere | aanvoegende wijs | beluisteren |
| beluisterend | onvoltooid deelwoord | beluisteren |
| beluisterende | woordvorm | beluisteren |
| beluistert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | beluisteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beluisteren zijn vastgelegd.