Naar de inhoud

belommeren

schaduw verlenen

belommeren

werkwoord

Betekenis

  1. schaduw verlenen

Vervoeging van belommeren

belommerenhele werkwoord — belommerdeverleden tijd enkelvoud — belommerdenverleden tijd meervoud — belommerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik belommer belommerde
jij belommert belommerde
hij, zij, het belommert belommerde
wij belommeren belommerden
jullie belommeren belommerden
zij belommeren belommerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
belommer gebiedende wijs
belommerd verleden tijd, deelwoord
belommerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
belommerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
belommerde verleden tijd
belommere aanvoegende wijs
belommerend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
had belommerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had belommerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had belommerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden belommerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden belommerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden belommerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt belommerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb belommerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben belommerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben belommerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben belommerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben belommerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt belommerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft belommerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft belommerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te belommeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben belommerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen belommeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal belommerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal belommerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal belommerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal belommeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal belommeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal belommeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou belommerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou belommerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou belommerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou belommeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou belommeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou belommeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden belommerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden belommerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden belommerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden belommeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden belommeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden belommeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt belommerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt belommeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen belommerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen belommerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen belommerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen belommeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen belommeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen belommeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen belommeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult belommerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult belommeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van lommer met het voorvoegsel be- en met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van belommeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
belommer gebiedende wijs belommeren
belommerd voltooid deelwoord belommeren
belommerde verleden tijd belommeren
belommerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon belommeren
belommere aanvoegende wijs belommeren
belommerend onvoltooid deelwoord belommeren
belommerende woordvorm belommeren
belommert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon belommeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van belommeren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over belommeren

Wat is de betekenis van belommeren?
Belommeren is een werkwoord. De betekenis is: schaduw verlenen.
Hoe vervoeg ik belommeren?
Zo vervoeg je belommeren zo: de tegenwoordige tijd is belommer, de verleden tijd is belommerde en het voltooid deelwoord is belommerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord belommeren is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. L 3
  4. O 1
  5. M 3
  6. M 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

belommeren levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. L 3
  4. O 1
  5. M 3
  6. M 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 zonder bonus
  12. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

belommeren in het kort

belommeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van belommeren staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort belommeren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

belommeren: schaduw verlenen
Deel belommeren — standaardnederlands.nl