Naar de inhoud

belenen

als onderpand voor een lening gebruiken

belenen

werkwoord

Betekenis

  1. als onderpand voor een lening gebruiken
  2. in het leenstelsel (het feodale stelsel) werd door de leenheer iemand met een leen begiftigd

Vervoeging van belenen

belenenhele werkwoord — beleendeverleden tijd enkelvoud — beleendenverleden tijd meervoud — beleendvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik beleen beleende
jij beleent beleende
hij, zij, het beleent beleende
wij belenen beleenden
jullie belenen beleenden
zij belenen beleenden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
beleen gebiedende wijs
beleend verleden tijd, deelwoord
beleend te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
beleend te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
beleend te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
beleend te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
beleend te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
beleend worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
beleend zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
beleend zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
beleend zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
beleend zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
beleende verleden tijd
belene aanvoegende wijs
belenend onvoltooid, deelwoord
ben beleend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent beleend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is beleend impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was beleend impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd beleend impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt beleend impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal beleend worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal beleend zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou beleend worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou beleend zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had beleend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had beleend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had beleend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden beleend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden beleend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden beleend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt beleend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb beleend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben beleend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben beleend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben beleend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben beleend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt beleend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft beleend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft beleend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is beleend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is beleend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te belenen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben beleend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen belenen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart beleend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren beleend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren beleend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren beleend voltooid, verleden tijd, derde persoon
was beleend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was beleend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was beleend voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd beleend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd beleend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd beleend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden beleend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden beleend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden beleend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt beleend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word beleend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden beleend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden beleend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden beleend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt beleend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt beleend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal beleend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beleend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal beleend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal beleend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beleend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal beleend zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beleend zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal belenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal belenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal belenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn beleend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn beleend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn beleend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt beleend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou beleend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beleend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beleend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou beleend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beleend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou beleend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beleend zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beleend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beleend zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou belenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou belenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou belenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden beleend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden beleend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden beleend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beleend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden beleend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden beleend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beleend zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden beleend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden beleend zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden belenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden belenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden belenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt beleend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beleend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beleend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt belenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen beleend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen beleend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen beleend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beleend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen beleend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen beleend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beleend zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen beleend zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen beleend zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen belenen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen belenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen belenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen belenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult beleend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult beleend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult beleend zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult belenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van lenen met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van belenen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
beleen gebiedende wijs belenen
beleend voltooid deelwoord belenen
beleende verleden tijd belenen
beleenden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon belenen
beleent aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon belenen
belene aanvoegende wijs belenen
belenend onvoltooid deelwoord belenen
belenende woordvorm belenen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van belenen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over belenen

Wat betekent belenen?
Belenen is een werkwoord. Het woord betekent: als onderpand voor een lening gebruiken. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je belenen?
Je vervoegt belenen als volgt: de tegenwoordige tijd is beleen, de verleden tijd is beleende en het voltooid deelwoord is beleend. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord belenen is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. L 3
  4. E 1
  5. N 1
  6. E 1
  7. N 1
  8. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

belenen levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 100 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. L 3
  4. E 1
  5. N 1
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 zonder bonus
  9. 100 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

belenen telt 7 letters, waarvan 4 verschillende, want 3 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

belenen in het kort

belenen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van belenen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort belenen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

belenen: als onderpand voor een lening gebruiken
Deel belenen — standaardnederlands.nl