belatafelen
werkwoordBetekenis
- voor de gek houden
Vervoeging van belatafelen
belatafelenhele werkwoord — belatafeldeverleden tijd enkelvoud — belatafeldenverleden tijd meervoud — belatafeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | belatafel | belatafelde |
| jij | belatafelt | belatafelde |
| hij, zij, het | belatafelt | belatafelde |
| wij | belatafelen | belatafelden |
| jullie | belatafelen | belatafelden |
| zij | belatafelen | belatafelden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| belatafel | gebiedende wijs |
| belatafeld | verleden tijd, deelwoord |
| belatafeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| belatafeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| belatafelde | verleden tijd |
| belatafele | aanvoegende wijs |
| belatafelend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| had belatafeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had belatafeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had belatafeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden belatafeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden belatafeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden belatafeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt belatafeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb belatafeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben belatafeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben belatafeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben belatafeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben belatafeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt belatafeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft belatafeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft belatafeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te belatafelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben belatafeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen belatafelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal belatafeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal belatafeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal belatafeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal belatafelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal belatafelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal belatafelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou belatafeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou belatafeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou belatafeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou belatafelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou belatafelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou belatafelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden belatafeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden belatafeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden belatafeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden belatafelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden belatafelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden belatafelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt belatafeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt belatafelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen belatafeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen belatafeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen belatafeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen belatafelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen belatafelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen belatafelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen belatafelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult belatafeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult belatafelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Verbastering van belazeren, met een toespeling op de woorden la en tafel [1].
Woordfamilie van belatafelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| belatafel | gebiedende wijs | belatafelen |
| belatafelden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | belatafelen |
| belatafele | aanvoegende wijs | belatafelen |
| belatafelend | onvoltooid deelwoord | belatafelen |
| belatafelende | woordvorm | belatafelen |
| belatafelt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | belatafelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van belatafelen zijn vastgelegd.