Naar de inhoud

bekvechten

ruzie maken

bekvechten

werkwoord ˈbɛkfɛxtə(n)

Betekenis

  1. ruzie maken

Hoe spreek je bekvechten uit?

/ˈbɛkfɛxtən/

Bekvechten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈbɛkfɛxtən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ɛ bed
k kat
f fiets
x acht
t tak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. sprekend ruzie maken unergative

Vervoeging van bekvechten

bekvechtenhele werkwoord — bekvechtteverleden tijd enkelvoud — bekvechttenverleden tijd meervoud — gebekvechtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bekvecht bekvechtte
jij bekvecht bekvechtte
hij, zij, het bekvecht bekvechtte
wij bekvechten bekvechtten
jullie bekvechten bekvechtten
zij bekvechten bekvechtten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
bekvecht gebiedende wijs
bekvechte aanvoegende wijs
bekvechtend onvoltooid, deelwoord
bekvechtte verleden tijd
er is gebekvecht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gebekvecht impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gebekvecht impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gebekvecht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gebekvecht worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gebekvecht zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gebekvecht worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gebekvecht zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gebekvecht verleden tijd, deelwoord
gebekvecht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebekvecht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebekvecht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebekvecht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebekvecht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebekvecht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebekvecht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebekvecht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebekvecht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebekvecht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebekvecht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebekvecht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebekvecht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebekvecht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebekvecht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebekvecht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebekvecht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bekvechten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebekvecht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bekvechten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal bekvechten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bekvechten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bekvechten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebekvecht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebekvecht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebekvecht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou bekvechten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bekvechten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bekvechten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebekvecht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebekvecht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebekvecht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bekvechten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bekvechten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bekvechten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebekvecht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebekvecht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebekvecht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bekvechten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebekvecht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bekvechten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bekvechten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bekvechten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bekvechten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebekvecht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebekvecht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebekvecht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bekvechten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebekvecht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van bek en vechten

Woordfamilie van bekvechten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bekvecht gebiedende wijs bekvechten
bekvechte aanvoegende wijs bekvechten
bekvechtend onvoltooid deelwoord bekvechten
bekvechtende woordvorm bekvechten
bekvechtte verleden tijd bekvechten
bekvechtten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bekvechten
gebekvecht voltooid deelwoord bekvechten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bekvechten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bekvechten

Hoe spreek ik bekvechten uit?
Zo spreek je bekvechten uit: /ˈbɛkfɛxtə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van bekvechten?
Bekvechten is een werkwoord. De betekenis is: ruzie maken. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik bekvechten?
Zo vervoeg je bekvechten zo: de tegenwoordige tijd is bekvecht, de verleden tijd is bekvechtte en het voltooid deelwoord is gebekvecht. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bekvechten is 25 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. K 3
  4. V 4
  5. E 1
  6. C 5
  7. H 4
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 25 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bekvechten levert met Wordfeud minimaal 26 en maximaal 108 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. K 3
  4. V 4
  5. E 1
  6. C 5
  7. H 4
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 26 zonder bonus
  12. 108 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bekvechten in het kort

bekvechten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van bekvechten staan er 39 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort bekvechten bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

bekvechten: ruzie maken
Deel bekvechten — standaardnederlands.nl