Naar de inhoud

bekostigen

ervoor zorgen dat de kosten betaald worden

bekostigen

werkwoord bəˈkɔstəɣə(n)

Betekenis

  1. ervoor zorgen dat de kosten betaald worden

Hoe spreek je bekostigen uit?

/bəˈkɔstəxən/

Bekostigen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /bəˈkɔstəxən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ə de
k kat
ɔ bot
s sok
t tak
x acht
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van bekostigen

bekostigenhele werkwoord — bekostigdeverleden tijd enkelvoud — bekostigdenverleden tijd meervoud — bekostigdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bekostig bekostigde
jij bekostigt bekostigde
hij, zij, het bekostigt bekostigde
wij bekostigen bekostigden
jullie bekostigen bekostigden
zij bekostigen bekostigden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
bekostig gebiedende wijs
bekostigd verleden tijd, deelwoord
bekostigd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bekostigd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bekostigd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bekostigd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bekostigd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bekostigd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bekostigd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bekostigd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bekostigd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bekostigd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bekostigde verleden tijd
bekostige aanvoegende wijs
bekostigend onvoltooid, deelwoord
ben bekostigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bekostigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is bekostigd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bekostigd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bekostigd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bekostigd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bekostigd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bekostigd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bekostigd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bekostigd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bekostigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bekostigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bekostigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bekostigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bekostigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bekostigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bekostigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bekostigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bekostigd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bekostigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bekostigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bekostigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bekostigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bekostigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bekostigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bekostigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bekostigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bekostigen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bekostigd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bekostigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bekostigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bekostigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bekostigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bekostigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bekostigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bekostigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bekostigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bekostigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bekostigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bekostigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bekostigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bekostigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bekostigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bekostigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bekostigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bekostigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bekostigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bekostigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bekostigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bekostigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bekostigd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bekostigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bekostigd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bekostigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bekostigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bekostigd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bekostigd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bekostigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bekostigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bekostigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn bekostigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bekostigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bekostigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bekostigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bekostigd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bekostigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bekostigd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bekostigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bekostigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bekostigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bekostigd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bekostigd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bekostigd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bekostigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bekostigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bekostigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden bekostigd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bekostigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bekostigd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bekostigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bekostigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bekostigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bekostigd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bekostigd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bekostigd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bekostigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bekostigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bekostigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt bekostigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bekostigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bekostigd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bekostigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen bekostigd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bekostigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bekostigd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bekostigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bekostigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bekostigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bekostigd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bekostigd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bekostigd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bekostigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bekostigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bekostigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bekostigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult bekostigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bekostigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bekostigd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bekostigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van kost met het voorvoegsel be- met het achtervoegsel -ig

Woordfamilie van bekostigen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bekostig gebiedende wijs bekostigen
bekostigd voltooid deelwoord bekostigen
bekostigde verleden tijd bekostigen
bekostigden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bekostigen
bekostige aanvoegende wijs bekostigen
bekostigend onvoltooid deelwoord bekostigen
bekostigende woordvorm bekostigen
bekostigt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bekostigen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bekostigen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bekostigen

Hoe spreek ik bekostigen uit?
Zo spreek je bekostigen uit: /bəˈkɔstəɣə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van bekostigen?
Bekostigen is een werkwoord. De betekenis is: ervoor zorgen dat de kosten betaald worden.
Hoe vervoeg ik bekostigen?
Zo vervoeg je bekostigen zo: de tegenwoordige tijd is bekostig, de verleden tijd is bekostigde en het voltooid deelwoord is bekostigd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bekostigen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. K 3
  4. O 1
  5. S 2
  6. T 2
  7. I 1
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bekostigen levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. K 3
  4. O 1
  5. S 2
  6. T 2
  7. I 2
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 zonder bonus
  12. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bekostigen in het kort

bekostigen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van bekostigen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort bekostigen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

bekostigen: ervoor zorgen dat de kosten betaald worden
Deel bekostigen — standaardnederlands.nl