Naar de inhoud

bekommeren

zich ~ over: zich zorgen maken over

bekommeren

werkwoord

Betekenis

  1. zich ~ over: zich zorgen maken over
  2. zich ~ om: ergens voor zorgen

Vervoeging van bekommeren

bekommerenhele werkwoord — bekommerdeverleden tijd enkelvoud — bekommerdenverleden tijd meervoud — bekommerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bekommer bekommerde
jij bekommert bekommerde
hij, zij, het bekommert bekommerde
wij bekommeren bekommerden
jullie bekommeren bekommerden
zij bekommeren bekommerden
Alle 89 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
bekommer gebiedende wijs
bekommer me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
bekommer u/je , bekommert je gebiedende wijs
bekommerd verleden tijd, deelwoord
bekommerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bekommerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bekommerde verleden tijd
bekommerde je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
bekommerde me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
bekommerde u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
bekommerde u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
bekommerde zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
bekommerde zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
bekommerde zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
bekommerden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
bekommerden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
bekommerden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
bekommere aanvoegende wijs
bekommere zich aanvoegende wijs
bekommeren je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
bekommeren ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
bekommeren zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
bekommerend onvoltooid, deelwoord
bekommert je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
bekommert u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
bekommert u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
bekommert zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
bekommert zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
bekommert zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
ev. gebiedende wijs
had bekommerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bekommerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bekommerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bekommerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bekommerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bekommerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bekommerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bekommerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bekommerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bekommerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bekommerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bekommerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bekommerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bekommerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bekommerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bekommeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bekommerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bekommeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal bekommerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bekommerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bekommerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bekommeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bekommeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bekommeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal me bekommeren eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal zich bekommeren derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je bekommeren tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich bekommerd hebben verleden tijd
zich bekommerend onvoltooid, deelwoord
zou bekommerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bekommerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bekommerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bekommeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bekommeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bekommeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden bekommerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bekommerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bekommerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bekommeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bekommeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bekommeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt bekommerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bekommeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen bekommerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bekommerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bekommerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bekommeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bekommeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bekommeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bekommeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen je bekommeren tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons bekommeren eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen zich bekommeren derde persoon, toekomende tijd, meervoud
zult bekommerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bekommeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult u bekommeren tweede persoon
zult u bekommeren tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zult zich/u bekommeren tweede persoon
zult zich/u bekommeren tweede persoon, toekomende tijd, meervoud

Herkomst

In de betekenis van ‘met zorg vervullen’ voor het eerst aangetroffen in 1276

Woordfamilie van bekommeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bekommer gebiedende wijs bekommeren
bekommerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bekommeren
bekommere aanvoegende wijs bekommeren
bekommerend onvoltooid deelwoord bekommeren
bekommerende woordvorm bekommeren
bekommert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bekommeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bekommeren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bekommeren

Wat betekent bekommeren?
Bekommeren is een werkwoord. Het woord betekent: zich ~ over: zich zorgen maken over. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je bekommeren?
Je vervoegt bekommeren als volgt: de tegenwoordige tijd is bekommer, de verleden tijd is bekommerde en het voltooid deelwoord is bekommerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bekommeren is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. K 3
  4. O 1
  5. M 3
  6. M 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bekommeren levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. K 3
  4. O 1
  5. M 3
  6. M 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 zonder bonus
  12. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bekommeren in het kort

bekommeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van bekommeren zijn 60 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bekommeren bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bekommeren: zich ~ over: zich zorgen maken over
Deel bekommeren — standaardnederlands.nl