bekogelen
werkwoordBetekenis
- iemand aan het gooien met projectielen blootstellen
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van bekogelen
bekogelenhele werkwoord — bekogeldeverleden tijd enkelvoud — bekogeldenverleden tijd meervoud — bekogeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bekogel | bekogelde |
| jij | bekogelt | bekogelde |
| hij, zij, het | bekogelt | bekogelde |
| wij | bekogelen | bekogelden |
| jullie | bekogelen | bekogelden |
| zij | bekogelen | bekogelden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| bekogel | gebiedende wijs |
| bekogeld | verleden tijd, deelwoord |
| bekogeld te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bekogeld te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bekogeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bekogeld te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bekogeld te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bekogeld worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bekogeld zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bekogeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bekogeld zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bekogeld zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bekogelde | verleden tijd |
| bekogele | aanvoegende wijs |
| bekogelend | onvoltooid, deelwoord |
| ben bekogeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bekogeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is bekogeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bekogeld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bekogeld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bekogeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bekogeld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bekogeld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bekogeld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bekogeld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bekogeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bekogeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bekogeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bekogeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bekogeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bekogeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bekogeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bekogeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bekogeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bekogeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bekogeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bekogeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bekogeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bekogeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bekogeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bekogeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bekogeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bekogelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bekogeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bekogelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bekogeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bekogeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bekogeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bekogeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bekogeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bekogeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bekogeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bekogeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bekogeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bekogeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bekogeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bekogeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bekogeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bekogeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bekogeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bekogeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bekogeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bekogeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bekogeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bekogeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bekogeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bekogeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bekogeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bekogeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bekogeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bekogeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bekogeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bekogelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bekogelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bekogelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn bekogeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bekogeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bekogeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bekogeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bekogeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bekogeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bekogeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bekogeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bekogeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bekogeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bekogeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bekogeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bekogeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bekogelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bekogelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bekogelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden bekogeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bekogeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bekogeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bekogeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bekogeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bekogeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bekogeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bekogeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bekogeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bekogelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bekogelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bekogelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt bekogeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bekogeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bekogeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bekogelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen bekogeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bekogeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bekogeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bekogeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bekogeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bekogeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bekogeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bekogeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bekogeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bekogelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bekogelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bekogelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bekogelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult bekogeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bekogeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bekogeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bekogelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van kogel met het voorvoegsel be- met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van bekogelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bekogel | gebiedende wijs | bekogelen |
| bekogeld | voltooid deelwoord | bekogelen |
| bekogelde | verleden tijd | bekogelen |
| bekogelden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bekogelen |
| bekogele | aanvoegende wijs | bekogelen |
| bekogelend | onvoltooid deelwoord | bekogelen |
| bekogelende | woordvorm | bekogelen |
| bekogelt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bekogelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bekogelen zijn vastgelegd.