beklinken
werkwoordBetekenis
- een vaste afspraak maken
Vervoeging van beklinken
beklinkenhele werkwoord — beklonkverleden tijd enkelvoud — beklonkenverleden tijd meervoud — beklonkenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | beklink | beklonk |
| jij | beklinkt | beklonk |
| hij, zij, het | beklinkt | beklonk |
| wij | beklinken | beklonken |
| jullie | beklinken | beklonken |
| zij | beklinken | beklonken |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| beklink | gebiedende wijs |
| beklinke | aanvoegende wijs |
| beklinkend | onvoltooid, deelwoord |
| beklonk | verleden tijd |
| beklonken | verleden tijd, deelwoord |
| beklonken te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| beklonken te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| beklonken te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beklonken te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beklonken te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beklonken worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| beklonken zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| beklonken zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beklonken zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beklonken zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ben beklonken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent beklonken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is beklonken | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was beklonken | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd beklonken | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt beklonken | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal beklonken worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal beklonken zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou beklonken worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou beklonken zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had beklonken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had beklonken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had beklonken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden beklonken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden beklonken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden beklonken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt beklonken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb beklonken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben beklonken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben beklonken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben beklonken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben beklonken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt beklonken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft beklonken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft beklonken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is beklonken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is beklonken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te beklinken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben beklonken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen beklinken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart beklonken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren beklonken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren beklonken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren beklonken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was beklonken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was beklonken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was beklonken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd beklonken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd beklonken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd beklonken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden beklonken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden beklonken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden beklonken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt beklonken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word beklonken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden beklonken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden beklonken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden beklonken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt beklonken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt beklonken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal beklinken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal beklinken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal beklinken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal beklonken hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beklonken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal beklonken hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal beklonken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beklonken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal beklonken zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beklonken zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn beklonken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn beklonken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn beklonken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt beklonken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou beklinken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou beklinken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou beklinken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou beklonken hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beklonken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beklonken hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou beklonken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beklonken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou beklonken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beklonken zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beklonken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beklonken zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beklinken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden beklinken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden beklinken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden beklonken hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden beklonken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden beklonken hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beklonken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden beklonken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden beklonken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beklonken zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden beklonken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden beklonken zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt beklinken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt beklonken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beklonken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beklonken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen beklinken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen beklinken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen beklinken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen beklinken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen beklonken hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen beklonken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen beklonken hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beklonken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen beklonken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen beklonken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beklonken zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen beklonken zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen beklonken zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult beklinken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult beklonken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beklonken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beklonken zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van klinken met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van beklinken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| beklink | gebiedende wijs | beklinken |
| beklinke | aanvoegende wijs | beklinken |
| beklinkend | onvoltooid deelwoord | beklinken |
| beklinkende | woordvorm | beklinken |
| beklinkt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | beklinken |
| beklonk | verleden tijd | beklinken |
| beklonken | voltooid deelwoord | beklinken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beklinken zijn vastgelegd.