bekendmaken
werkwoordBetekenis
- openbaar maken
Vervoeging van bekendmaken
bekendmakenhele werkwoord — maakte bekendverleden tijd enkelvoud — maakten bekendverleden tijd meervoud — bekendgemaaktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | maak bekend | maakte bekend |
| jij | maakt bekend | maakte bekend |
| hij, zij, het | maakt bekend | maakte bekend |
| wij | maken bekend | maakten bekend |
| jullie | maken bekend | maakten bekend |
| zij | maken bekend | maakten bekend |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| bekend te maken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bekend te zullen maken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bekend zal maken | bijzin, toekomende tijd |
| bekend zou maken | bijzin, voorwaardelijk |
| bekend zouden maken | bijzin, voorwaardelijk |
| bekend zoudt maken | bijzin, voorwaardelijk |
| bekend zullen maken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bekend zullen maken | bijzin, toekomende tijd |
| bekend zult maken | bijzin, toekomende tijd |
| bekendgemaakt | verleden tijd, deelwoord |
| bekendgemaakt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bekendgemaakt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bekendgemaakt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bekendgemaakt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bekendgemaakt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bekendgemaakt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bekendgemaakt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bekendgemaakt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bekendgemaakt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bekendgemaakt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bekendmaak | bijzin, tegenwoordige tijd |
| bekendmaakt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| bekendmaakte | bijzin, verleden tijd |
| bekendmaakten | bijzin, verleden tijd |
| bekendmakend | onvoltooid, deelwoord |
| ben bekendgemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bekendgemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is bekendgemaakt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bekendgemaakt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bekendgemaakt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bekendgemaakt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bekendgemaakt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bekendgemaakt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bekendgemaakt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bekendgemaakt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bekendgemaakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bekendgemaakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bekendgemaakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bekendgemaakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bekendgemaakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bekendgemaakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bekendgemaakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bekendgemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bekendgemaakt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bekendgemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bekendgemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bekendgemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bekendgemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bekendgemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bekendgemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bekendgemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bekendgemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| maak bekend | gebiedende wijs |
| maakte bekend | verleden tijd |
| te hebben bekendgemaakt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bekendmaken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bekendgemaakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bekendgemaakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bekendgemaakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bekendgemaakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bekendgemaakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bekendgemaakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bekendgemaakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bekendgemaakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bekendgemaakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bekendgemaakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bekendgemaakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bekendgemaakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bekendgemaakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bekendgemaakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bekendgemaakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bekendgemaakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bekendgemaakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bekendgemaakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bekendgemaakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bekendgemaakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bekendgemaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bekendgemaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bekendgemaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bekendgemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bekendgemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bekendgemaakt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bekendgemaakt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bekendmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bekendmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bekendmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal bekendmaken | bijzin, toekomende tijd |
| zijn bekendgemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bekendgemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bekendgemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bekendgemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bekendgemaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bekendgemaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bekendgemaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bekendgemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bekendgemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bekendgemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bekendgemaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bekendgemaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bekendgemaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bekendmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bekendmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bekendmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou bekendmaken | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) bekendmaken bekend zou(dt) maken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden bekendgemaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bekendgemaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bekendgemaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bekendgemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bekendgemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bekendgemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bekendgemaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bekendgemaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bekendgemaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bekendmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bekendmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bekendmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden bekendmaken | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt bekendgemaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bekendgemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bekendgemaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bekendmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt bekendmaken | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen bekendgemaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bekendgemaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bekendgemaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bekendgemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bekendgemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bekendgemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bekendgemaakt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bekendgemaakt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bekendgemaakt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bekendmaken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bekendmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bekendmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bekendmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen bekendmaken | bijzin, toekomende tijd |
| zult bekendgemaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van bekend en maken
Woordfamilie van bekendmaken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bekendgemaakt | voltooid deelwoord | bekendmaken |
| bekendgemaakte | woordvorm | bekendmaken |
| bekendmaak | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | bekendmaken |
| bekendmaakt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | bekendmaken |
| bekendmaakte | subordinate-clause, verleden tijd | bekendmaken |
| bekendmaakten | subordinate-clause, verleden tijd | bekendmaken |
| bekendmake | with-subordinate-clause | bekendmaken |
| bekendmakend | onvoltooid deelwoord | bekendmaken |
| bekendmakende | woordvorm | bekendmaken |
| maak bekend | gebiedende wijs | bekendmaken |
| maakt bekend | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bekendmaken |
| maakte bekend | verleden tijd | bekendmaken |
| maakten bekend | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bekendmaken |
| make bekend | woordvorm | bekendmaken |
| maken bekend | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | bekendmaken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bekendmaken zijn vastgelegd.