beijveren
werkwoordBetekenis
- zich inzetten voor
Vervoeging van beijveren
beijverenhele werkwoord — beijverdeverleden tijd enkelvoud — beijverdenverleden tijd meervoud — beijverdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | beijver | beijverde |
| jij | beijvert | beijverde |
| hij, zij, het | beijvert | beijverde |
| wij | beijveren | beijverden |
| jullie | beijveren | beijverden |
| zij | beijveren | beijverden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| beijver | gebiedende wijs |
| beijverd | verleden tijd, deelwoord |
| beijverd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beijverd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beijverde | verleden tijd |
| beijvere | aanvoegende wijs |
| beijverend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| had beijverd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had beijverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had beijverd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden beijverd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden beijverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden beijverd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt beijverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb beijverd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben beijverd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben beijverd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben beijverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben beijverd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt beijverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft beijverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft beijverd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te beijveren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben beijverd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen beijveren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal beijverd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beijverd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal beijverd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal beijveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal beijveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal beijveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou beijverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beijverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beijverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou beijveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou beijveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou beijveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden beijverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden beijverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden beijverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beijveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden beijveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden beijveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt beijverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beijveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen beijverd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen beijverd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen beijverd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beijveren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen beijveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen beijveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen beijveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult beijverd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beijveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van ijveren met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van beijveren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| beijver | gebiedende wijs | beijveren |
| beijverd | voltooid deelwoord | beijveren |
| beijverde | verleden tijd | beijveren |
| beijverden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | beijveren |
| beijvere | aanvoegende wijs | beijveren |
| beijverend | onvoltooid deelwoord | beijveren |
| beijverende | woordvorm | beijveren |
| beijvert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | beijveren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beijveren zijn vastgelegd.