Naar de inhoud

beiden

treuzelen

beiden is meer dan één woord

beiden

werkwoord, hoofdtelwoord /bɛɪdə(n)/

Betekenis

  1. treuzelen
  2. afwachten
  3. elk van beide personen

Hoe spreek je beiden uit?

/bɛidən/

Beiden bestaat uit twee lettergrepen.

De tekens in /bɛidən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ɛi trein
d dak
ə de
n nek

Vervoeging van beiden

beidenhele werkwoord — beiddeverleden tijd enkelvoud — beiddenverleden tijd meervoud — gebeidvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik beid beidde
jij beidt beidde
hij, zij, het beidt beidde
wij beiden beidden
jullie beiden beidden
zij beiden beidden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
beid gebiedende wijs
beidde verleden tijd
beide aanvoegende wijs
beidend onvoltooid, deelwoord
ben gebeid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gebeid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gebeid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gebeid impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gebeid impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gebeid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gebeid worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gebeid zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gebeid worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gebeid zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gebeid verleden tijd, deelwoord
gebeid te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gebeid te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gebeid te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebeid te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebeid te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebeid worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gebeid zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gebeid zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebeid zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebeid zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebeid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebeid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebeid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebeid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebeid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebeid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebeid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebeid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebeid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebeid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebeid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebeid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebeid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebeid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebeid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gebeid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gebeid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te beiden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebeid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen beiden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gebeid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gebeid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gebeid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gebeid voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gebeid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gebeid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gebeid voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gebeid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gebeid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gebeid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gebeid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gebeid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gebeid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gebeid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gebeid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gebeid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gebeid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gebeid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gebeid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gebeid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal beiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal beiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal beiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebeid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebeid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebeid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gebeid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebeid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gebeid zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebeid zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gebeid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gebeid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gebeid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gebeid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou beiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou beiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou beiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebeid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebeid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebeid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gebeid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebeid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gebeid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebeid zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebeid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebeid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden beiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden beiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebeid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebeid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebeid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gebeid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gebeid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gebeid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gebeid zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebeid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebeid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt beiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebeid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gebeid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gebeid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen beiden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen beiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen beiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen beiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebeid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebeid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebeid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gebeid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gebeid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gebeid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gebeid zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebeid zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebeid zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult beiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebeid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gebeid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gebeid zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

hoofdtelwoord

  1. elk van twee personen

Herkomst

In de betekenis van ‘wachten’ voor het eerst aangetroffen in 901

Woordfamilie van beiden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
beid gebiedende wijs beiden
beidde verleden tijd beiden
beidden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon beiden
beidend onvoltooid deelwoord beiden
beidende woordvorm beiden
beidt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon beiden
gebeid voltooid deelwoord beiden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beiden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over beiden

Hoe spreek je beiden uit?
De uitspraak van beiden is: /bɛɪdə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent beiden?
Beiden is een werkwoord. Het woord betekent: treuzelen. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je beiden?
Je vervoegt beiden als volgt: de tegenwoordige tijd is beid, de verleden tijd is beidde en het voltooid deelwoord is gebeid. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord beiden is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. I 1
  4. D 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

beiden levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. I 2
  4. D 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

beiden telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

beiden in het kort

beiden is zowel werkwoord als hoofdtelwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van beiden zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort beiden bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

beiden: treuzelen
Deel beiden — standaardnederlands.nl