beheksen
werkwoordBetekenis
- betoveren
Vervoeging van beheksen
beheksenhele werkwoord — beheksteverleden tijd enkelvoud — behekstenverleden tijd meervoud — behekstvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | beheks | behekste |
| jij | behekst | behekste |
| hij, zij, het | behekst | behekste |
| wij | beheksen | beheksten |
| jullie | beheksen | beheksten |
| zij | beheksen | beheksten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| beheks | gebiedende wijs |
| behekse | aanvoegende wijs |
| beheksend | onvoltooid, deelwoord |
| behekst | verleden tijd, deelwoord |
| behekst te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| behekst te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| behekst te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| behekst te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| behekst te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| behekst worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| behekst zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| behekst zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| behekst zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| behekst zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| behekste | verleden tijd |
| ben behekst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent behekst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is behekst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was behekst | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd behekst | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt behekst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal behekst worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal behekst zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou behekst worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou behekst zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had behekst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had behekst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had behekst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden behekst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden behekst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden behekst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt behekst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb behekst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben behekst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben behekst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben behekst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben behekst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt behekst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft behekst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft behekst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is behekst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is behekst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te beheksen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben behekst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen beheksen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart behekst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren behekst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren behekst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren behekst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was behekst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was behekst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was behekst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd behekst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd behekst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd behekst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden behekst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden behekst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden behekst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt behekst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word behekst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden behekst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden behekst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden behekst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt behekst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt behekst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal beheksen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal beheksen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal beheksen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal behekst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal behekst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal behekst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal behekst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal behekst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal behekst zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal behekst zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn behekst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn behekst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn behekst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt behekst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou beheksen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou beheksen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou beheksen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou behekst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou behekst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou behekst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou behekst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou behekst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou behekst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou behekst zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou behekst zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou behekst zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beheksen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden beheksen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden beheksen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden behekst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden behekst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden behekst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden behekst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden behekst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden behekst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden behekst zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden behekst zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden behekst zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt beheksen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt behekst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt behekst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt behekst zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen beheksen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen beheksen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen beheksen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen beheksen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen behekst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen behekst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen behekst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen behekst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen behekst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen behekst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen behekst zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen behekst zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen behekst zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult beheksen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult behekst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult behekst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult behekst zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van heks met het voorvoegsel be- met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van beheksen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| beheks | gebiedende wijs | beheksen |
| behekse | aanvoegende wijs | beheksen |
| beheksend | onvoltooid deelwoord | beheksen |
| beheksende | woordvorm | beheksen |
| beheksten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | beheksen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beheksen zijn vastgelegd.