Naar de inhoud

behartigen

iets ~ zich inzetten voor een bepaalde zaak

behartigen

werkwoord

Betekenis

  1. iets ~ zich inzetten voor een bepaalde zaak
  2. ..Filips de Schone was hierin zeker te prijzen, dat ... hij alles, wat tot rechtvaardige en goedwillige bestiering diende, bevorderde, en der burgeren welzijn behartigde, ..
  3. voornamelijk: de belangen ~ van

Vervoeging van behartigen

behartigenhele werkwoord — behartigdeverleden tijd enkelvoud — behartigdenverleden tijd meervoud — behartigdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik behartig behartigde
jij behartigt behartigde
hij, zij, het behartigt behartigde
wij behartigen behartigden
jullie behartigen behartigden
zij behartigen behartigden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
behartig gebiedende wijs
behartigd verleden tijd, deelwoord
behartigd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
behartigd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
behartigd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
behartigd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
behartigd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
behartigd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
behartigd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
behartigd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
behartigd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
behartigd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
behartigde verleden tijd
behartige aanvoegende wijs
behartigend onvoltooid, deelwoord
ben behartigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent behartigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is behartigd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was behartigd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd behartigd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt behartigd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal behartigd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal behartigd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou behartigd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou behartigd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had behartigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had behartigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had behartigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden behartigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden behartigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden behartigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt behartigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb behartigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben behartigd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben behartigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben behartigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben behartigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt behartigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft behartigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft behartigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is behartigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is behartigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te behartigen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben behartigd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen behartigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart behartigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren behartigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren behartigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren behartigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was behartigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was behartigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was behartigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd behartigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd behartigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd behartigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden behartigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden behartigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden behartigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt behartigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word behartigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden behartigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden behartigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden behartigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt behartigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt behartigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal behartigd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal behartigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal behartigd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal behartigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal behartigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal behartigd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal behartigd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal behartigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal behartigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal behartigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn behartigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn behartigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn behartigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt behartigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou behartigd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou behartigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou behartigd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou behartigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou behartigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou behartigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou behartigd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou behartigd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou behartigd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou behartigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou behartigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou behartigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden behartigd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden behartigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden behartigd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden behartigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden behartigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden behartigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden behartigd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden behartigd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden behartigd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden behartigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden behartigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden behartigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt behartigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt behartigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt behartigd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt behartigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen behartigd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen behartigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen behartigd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen behartigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen behartigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen behartigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen behartigd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen behartigd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen behartigd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen behartigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen behartigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen behartigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen behartigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult behartigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult behartigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult behartigd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult behartigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘zorgen voor’ voor het eerst aangetroffen in 1488

Woordfamilie van behartigen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
behartig gebiedende wijs behartigen
behartigd voltooid deelwoord behartigen
behartigde verleden tijd behartigen
behartigden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon behartigen
behartige aanvoegende wijs behartigen
behartigend onvoltooid deelwoord behartigen
behartigende woordvorm behartigen
behartigt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon behartigen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van behartigen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over behartigen

Wat is de betekenis van behartigen?
Behartigen is een werkwoord. De betekenis is: iets ~ zich inzetten voor een bepaalde zaak. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik behartigen?
Zo vervoeg je behartigen zo: de tegenwoordige tijd is behartig, de verleden tijd is behartigde en het voltooid deelwoord is behartigd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord behartigen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. H 4
  4. A 1
  5. R 2
  6. T 2
  7. I 1
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

behartigen levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. H 4
  4. A 1
  5. R 2
  6. T 2
  7. I 2
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 zonder bonus
  12. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

behartigen in het kort

behartigen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van behartigen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort behartigen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

behartigen: iets ~ zich inzetten voor een bepaalde zaak
Deel behartigen — standaardnederlands.nl