beharen
werkwoordBetekenis
- van haar voorzien
- haar krijgen
Vervoeging van beharen
beharenhele werkwoord — behaardeverleden tijd enkelvoud — behaardenverleden tijd meervoud — behaardvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | behaar | behaarde |
| jij | behaart | behaarde |
| hij, zij, het | behaart | behaarde |
| wij | beharen | behaarden |
| jullie | beharen | behaarden |
| zij | beharen | behaarden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| behaar | gebiedende wijs |
| behaard | verleden tijd, deelwoord |
| behaard te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| behaard zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| behaarde | verleden tijd |
| behare | aanvoegende wijs |
| beharend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| had behaard | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had behaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had behaard | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden behaard | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden behaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden behaard | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt behaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb behaard | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben behaard | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben behaard | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben behaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben behaard | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt behaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft behaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft behaard | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te beharen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben behaard | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen beharen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal behaard hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal behaard hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal behaard hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal beharen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal beharen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal beharen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou behaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou behaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou behaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou beharen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou beharen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou beharen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden behaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden behaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden behaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beharen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden beharen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden beharen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt behaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beharen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen behaard hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen behaard hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen behaard hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beharen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen beharen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen beharen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen beharen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult behaard hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beharen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van haren met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van beharen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| behaar | gebiedende wijs | beharen |
| behaarden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | beharen |
| behaart | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | beharen |
| behare | aanvoegende wijs | beharen |
| beharend | onvoltooid deelwoord | beharen |
| beharende | woordvorm | beharen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beharen zijn vastgelegd.