Naar de inhoud

begrenzen

beperken, limiteren

begrenzen

werkwoord

Betekenis

  1. beperken, limiteren
  2. als nabuur hebben

Vervoeging van begrenzen

begrenzenhele werkwoord — begrensdeverleden tijd enkelvoud — begrensdenverleden tijd meervoud — begrensdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik begrens begrensde
jij begrenst begrensde
hij, zij, het begrenst begrensde
wij begrenzen begrensden
jullie begrenzen begrensden
zij begrenzen begrensden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
begrens gebiedende wijs
begrensd verleden tijd, deelwoord
begrensd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
begrensd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
begrensd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
begrensd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
begrensd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
begrensd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
begrensd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
begrensd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
begrensd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
begrensd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
begrensde verleden tijd
begrenze aanvoegende wijs
begrenzend onvoltooid, deelwoord
ben begrensd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent begrensd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is begrensd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was begrensd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd begrensd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt begrensd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal begrensd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal begrensd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou begrensd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou begrensd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had begrensd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had begrensd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had begrensd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden begrensd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden begrensd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden begrensd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt begrensd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb begrensd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben begrensd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben begrensd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben begrensd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben begrensd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt begrensd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft begrensd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft begrensd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is begrensd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is begrensd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te begrenzen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben begrensd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen begrenzen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart begrensd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren begrensd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren begrensd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren begrensd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was begrensd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was begrensd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was begrensd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd begrensd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd begrensd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd begrensd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden begrensd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden begrensd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden begrensd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt begrensd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word begrensd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden begrensd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden begrensd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden begrensd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt begrensd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt begrensd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal begrensd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal begrensd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal begrensd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal begrensd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal begrensd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal begrensd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal begrensd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal begrenzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal begrenzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal begrenzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn begrensd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn begrensd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn begrensd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt begrensd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou begrensd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou begrensd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou begrensd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou begrensd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou begrensd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou begrensd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou begrensd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou begrensd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou begrensd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou begrenzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou begrenzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou begrenzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden begrensd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden begrensd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden begrensd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden begrensd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden begrensd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden begrensd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden begrensd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden begrensd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden begrensd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden begrenzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden begrenzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden begrenzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt begrensd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt begrensd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt begrensd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt begrenzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen begrensd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen begrensd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen begrensd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen begrensd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen begrensd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen begrensd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen begrensd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen begrensd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen begrensd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen begrenzen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen begrenzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen begrenzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen begrenzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult begrensd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult begrensd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult begrensd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult begrenzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van grenzen met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van begrenzen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
begrens gebiedende wijs begrenzen
begrensden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon begrenzen
begrenst aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon begrenzen
begrenze aanvoegende wijs begrenzen
begrenzend onvoltooid deelwoord begrenzen
begrenzende woordvorm begrenzen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van begrenzen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over begrenzen

Wat betekent begrenzen?
Begrenzen is een werkwoord. Het woord betekent: beperken, limiteren. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je begrenzen?
Je vervoegt begrenzen als volgt: de tegenwoordige tijd is begrens, de verleden tijd is begrensde en het voltooid deelwoord is begrensd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord begrenzen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. G 3
  4. R 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. Z 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

begrenzen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. G 3
  4. R 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. Z 5
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

begrenzen in het kort

begrenzen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van begrenzen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort begrenzen bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

begrenzen: beperken, limiteren
Deel begrenzen — standaardnederlands.nl