begeren
werkwoordBetekenis
- sterk verlangen om iets te bezitten
Vervoeging van begeren
begerenhele werkwoord — begeerdeverleden tijd enkelvoud — begeerdenverleden tijd meervoud — begeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | begeer | begeerde |
| jij | begeert | begeerde |
| hij, zij, het | begeert | begeerde |
| wij | begeren | begeerden |
| jullie | begeren | begeerden |
| zij | begeren | begeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| begeer | gebiedende wijs |
| begeerd | verleden tijd, deelwoord |
| begeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| begeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| begeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| begeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| begeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| begeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| begeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| begeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| begeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| begeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| begeerde | verleden tijd |
| begere | aanvoegende wijs |
| begerend | onvoltooid, deelwoord |
| ben begeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent begeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is begeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was begeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd begeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt begeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal begeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal begeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou begeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou begeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had begeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had begeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had begeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden begeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden begeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden begeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt begeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb begeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben begeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben begeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben begeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben begeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt begeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft begeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft begeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is begeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is begeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te begeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben begeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen begeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart begeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren begeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren begeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren begeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was begeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was begeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was begeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd begeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd begeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd begeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden begeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden begeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden begeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt begeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word begeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden begeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden begeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden begeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt begeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt begeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal begeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal begeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal begeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal begeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal begeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal begeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal begeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal begeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal begeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal begeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn begeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn begeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn begeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt begeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou begeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou begeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou begeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou begeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou begeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou begeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou begeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou begeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou begeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou begeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou begeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou begeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden begeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden begeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden begeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden begeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden begeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden begeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden begeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden begeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden begeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden begeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden begeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden begeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt begeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt begeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt begeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt begeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen begeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen begeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen begeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen begeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen begeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen begeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen begeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen begeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen begeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen begeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen begeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen begeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen begeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult begeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult begeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult begeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult begeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘verlangen’ voor het eerst aangetroffen in 1260
Woordfamilie van begeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| begeer | gebiedende wijs | begeren |
| begeerd | voltooid deelwoord | begeren |
| begeerde | verleden tijd | begeren |
| begeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | begeren |
| begeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | begeren |
| begere | aanvoegende wijs | begeren |
| begerend | onvoltooid deelwoord | begeren |
| begerende | woordvorm | begeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van begeren zijn vastgelegd.