begeesteren
werkwoordBetekenis
- inspireren, tot hartstocht brengen, bezielen
Vervoeging van begeesteren
begeesterenhele werkwoord — begeesterdeverleden tijd enkelvoud — begeesterdenverleden tijd meervoud — begeesterdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | begeester | begeesterde |
| jij | begeestert | begeesterde |
| hij, zij, het | begeestert | begeesterde |
| wij | begeesteren | begeesterden |
| jullie | begeesteren | begeesterden |
| zij | begeesteren | begeesterden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| begeester | gebiedende wijs |
| begeesterd | verleden tijd, deelwoord |
| begeesterd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| begeesterd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| begeesterde | verleden tijd |
| begeestere | aanvoegende wijs |
| begeesterend | onvoltooid, deelwoord |
| er is begeesterd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was begeesterd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd begeesterd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt begeesterd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal begeesterd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal begeesterd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou begeesterd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou begeesterd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had begeesterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had begeesterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had begeesterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden begeesterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden begeesterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden begeesterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt begeesterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb begeesterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben begeesterd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben begeesterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben begeesterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben begeesterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt begeesterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft begeesterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft begeesterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te begeesteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben begeesterd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen begeesteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal begeesterd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal begeesterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal begeesterd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal begeesteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal begeesteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal begeesteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou begeesterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou begeesterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou begeesterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou begeesteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou begeesteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou begeesteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden begeesterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden begeesterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden begeesterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden begeesteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden begeesteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden begeesteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt begeesterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt begeesteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen begeesterd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen begeesterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen begeesterd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen begeesteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen begeesteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen begeesteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen begeesteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult begeesterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult begeesteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘in geestdrift brengen’ voor het eerst aangetroffen in 1815
Woordfamilie van begeesteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| begeester | gebiedende wijs | begeesteren |
| begeesterden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | begeesteren |
| begeestere | aanvoegende wijs | begeesteren |
| begeesterend | onvoltooid deelwoord | begeesteren |
| begeesterende | woordvorm | begeesteren |
| begeestert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | begeesteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van begeesteren zijn vastgelegd.