Naar de inhoud

bediscussiëren

aan discussie onderwerpen

bediscussiëren

werkwoord

Betekenis

  1. aan discussie onderwerpen

Vervoeging van bediscussiëren

bediscussiërenhele werkwoord — bediscussieerdeverleden tijd enkelvoud — bediscussieerdenverleden tijd meervoud — bediscussieerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bediscussieer bediscussieerde
jij bediscussieert bediscussieerde
hij, zij, het bediscussieert bediscussieerde
wij bediscussiëren bediscussieerden
jullie bediscussiëren bediscussieerden
zij bediscussiëren bediscussieerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
bediscussieer gebiedende wijs
bediscussieerd verleden tijd, deelwoord
bediscussieerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bediscussieerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bediscussieerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bediscussieerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bediscussieerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bediscussieerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bediscussieerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bediscussieerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bediscussieerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bediscussieerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bediscussieerde verleden tijd
bediscussiëre aanvoegende wijs
bediscussiërend onvoltooid, deelwoord
ben bediscussieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bediscussieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is bediscussieerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bediscussieerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bediscussieerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bediscussieerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bediscussieerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bediscussieerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bediscussieerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bediscussieerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bediscussieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bediscussieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bediscussieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bediscussieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bediscussieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bediscussieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bediscussieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bediscussieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bediscussieerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bediscussieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bediscussieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bediscussieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bediscussieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bediscussieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bediscussieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bediscussieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bediscussieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bediscussiëren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bediscussieerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bediscussiëren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bediscussieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bediscussieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bediscussieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bediscussieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bediscussieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bediscussieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bediscussieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bediscussieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bediscussieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bediscussieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bediscussieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bediscussieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bediscussieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bediscussieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bediscussieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bediscussieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bediscussieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bediscussieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bediscussieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bediscussieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bediscussieerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bediscussieerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bediscussieerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bediscussieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bediscussieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bediscussieerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bediscussieerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bediscussiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bediscussiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bediscussiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn bediscussieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bediscussieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bediscussieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bediscussieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bediscussieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bediscussieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bediscussieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bediscussieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bediscussieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bediscussieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bediscussieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bediscussieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bediscussieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bediscussiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bediscussiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bediscussiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden bediscussieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bediscussieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bediscussieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bediscussieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bediscussieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bediscussieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bediscussieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bediscussieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bediscussieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bediscussiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bediscussiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bediscussiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt bediscussieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bediscussieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bediscussieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bediscussiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen bediscussieerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bediscussieerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bediscussieerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bediscussieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bediscussieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bediscussieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bediscussieerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bediscussieerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bediscussieerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bediscussiëren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bediscussiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bediscussiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bediscussiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult bediscussieerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bediscussieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bediscussieerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bediscussiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van discussiëren met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van bediscussiëren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bediscussieer gebiedende wijs bediscussiëren
bediscussieerd voltooid deelwoord bediscussiëren
bediscussieerde verleden tijd bediscussiëren
bediscussieerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bediscussiëren
bediscussieert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bediscussiëren
bediscussiëre aanvoegende wijs bediscussiëren
bediscussiërend onvoltooid deelwoord bediscussiëren
bediscussiërende woordvorm bediscussiëren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bediscussiëren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bediscussiëren

Wat betekent bediscussiëren?
Bediscussiëren is een werkwoord. Het woord betekent: aan discussie onderwerpen.
Hoe vervoeg je bediscussiëren?
Je vervoegt bediscussiëren als volgt: de tegenwoordige tijd is bediscussieer, de verleden tijd is bediscussieerde en het voltooid deelwoord is bediscussieerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bediscussiëren is 28 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. D 2
  4. I 1
  5. S 2
  6. C 5
  7. U 4
  8. S 2
  9. S 2
  10. I 1
  11. E 1
  12. R 2
  13. E 1
  14. N 1
  15. 28 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bediscussiëren levert met Wordfeud minimaal 29 en maximaal 117 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. D 2
  4. I 2
  5. S 2
  6. C 5
  7. U 2
  8. S 2
  9. S 2
  10. I 2
  11. E 1
  12. R 2
  13. E 1
  14. N 1
  15. 29 zonder bonus
  16. 117 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bediscussiëren in het kort

bediscussiëren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van bediscussiëren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bediscussiëren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bediscussiëren: aan discussie onderwerpen
Deel bediscussiëren — standaardnederlands.nl