bediscussiëren
werkwoordBetekenis
- aan discussie onderwerpen
Vervoeging van bediscussiëren
bediscussiërenhele werkwoord — bediscussieerdeverleden tijd enkelvoud — bediscussieerdenverleden tijd meervoud — bediscussieerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bediscussieer | bediscussieerde |
| jij | bediscussieert | bediscussieerde |
| hij, zij, het | bediscussieert | bediscussieerde |
| wij | bediscussiëren | bediscussieerden |
| jullie | bediscussiëren | bediscussieerden |
| zij | bediscussiëren | bediscussieerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| bediscussieer | gebiedende wijs |
| bediscussieerd | verleden tijd, deelwoord |
| bediscussieerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bediscussieerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bediscussieerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bediscussieerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bediscussieerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bediscussieerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bediscussieerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bediscussieerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bediscussieerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bediscussieerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bediscussieerde | verleden tijd |
| bediscussiëre | aanvoegende wijs |
| bediscussiërend | onvoltooid, deelwoord |
| ben bediscussieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bediscussieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is bediscussieerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bediscussieerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bediscussieerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bediscussieerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bediscussieerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bediscussieerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bediscussieerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bediscussieerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bediscussieerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bediscussieerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bediscussieerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bediscussieerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bediscussieerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bediscussieerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bediscussieerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bediscussieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bediscussieerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bediscussieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bediscussieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bediscussieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bediscussieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bediscussieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bediscussieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bediscussieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bediscussieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bediscussiëren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bediscussieerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bediscussiëren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bediscussieerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bediscussieerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bediscussieerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bediscussieerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bediscussieerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bediscussieerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bediscussieerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bediscussieerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bediscussieerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bediscussieerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bediscussieerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bediscussieerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bediscussieerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bediscussieerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bediscussieerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bediscussieerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bediscussieerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bediscussieerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bediscussieerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bediscussieerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bediscussieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bediscussieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bediscussieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bediscussieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bediscussieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bediscussieerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bediscussieerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bediscussiëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bediscussiëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bediscussiëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn bediscussieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bediscussieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bediscussieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bediscussieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bediscussieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bediscussieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bediscussieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bediscussieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bediscussieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bediscussieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bediscussieerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bediscussieerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bediscussieerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bediscussiëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bediscussiëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bediscussiëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden bediscussieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bediscussieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bediscussieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bediscussieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bediscussieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bediscussieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bediscussieerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bediscussieerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bediscussieerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bediscussiëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bediscussiëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bediscussiëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt bediscussieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bediscussieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bediscussieerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bediscussiëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen bediscussieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bediscussieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bediscussieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bediscussieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bediscussieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bediscussieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bediscussieerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bediscussieerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bediscussieerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bediscussiëren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bediscussiëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bediscussiëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bediscussiëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult bediscussieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bediscussieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bediscussieerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bediscussiëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van discussiëren met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van bediscussiëren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bediscussieer | gebiedende wijs | bediscussiëren |
| bediscussieerd | voltooid deelwoord | bediscussiëren |
| bediscussieerde | verleden tijd | bediscussiëren |
| bediscussieerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bediscussiëren |
| bediscussieert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bediscussiëren |
| bediscussiëre | aanvoegende wijs | bediscussiëren |
| bediscussiërend | onvoltooid deelwoord | bediscussiëren |
| bediscussiërende | woordvorm | bediscussiëren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bediscussiëren zijn vastgelegd.