bedanken
werkwoordBetekenis
- erkentelijkheid tot uitdrukking brengen
- weigeren aan te nemen
- ~ voor: een lidmaatschap of abonnement opzeggen
Vervoeging van bedanken
bedankenhele werkwoord — bedankteverleden tijd enkelvoud — bedanktenverleden tijd meervoud — bedanktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bedank | bedankte |
| jij | bedankt | bedankte |
| hij, zij, het | bedankt | bedankte |
| wij | bedanken | bedankten |
| jullie | bedanken | bedankten |
| zij | bedanken | bedankten |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bedank | gebiedende wijs |
| bedanke | aanvoegende wijs |
| bedankend | onvoltooid, deelwoord |
| bedankt | verleden tijd, deelwoord |
| bedankt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bedankt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bedankte | verleden tijd |
| er is bedankt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bedankt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bedankt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bedankt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bedankt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bedankt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bedankt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bedankt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bedankt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bedankt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bedankt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bedankt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bedankt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bedankt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bedankt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bedankt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bedankt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bedankt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bedankt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bedankt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bedankt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bedankt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bedankt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bedanken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bedankt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bedanken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal bedanken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bedanken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bedanken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal bedankt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bedankt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bedankt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou bedanken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bedanken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bedanken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou bedankt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bedankt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bedankt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bedanken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bedanken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bedanken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden bedankt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bedankt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bedankt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt bedanken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt bedankt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen bedanken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bedanken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bedanken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bedanken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen bedankt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bedankt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bedankt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult bedanken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult bedankt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van danken met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van bedanken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bedank | gebiedende wijs | bedanken |
| bedanke | aanvoegende wijs | bedanken |
| bedankend | onvoltooid deelwoord | bedanken |
| bedankende | woordvorm | bedanken |
| bedankte | verleden tijd | bedanken |
| bedankten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bedanken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bedanken zijn vastgelegd.