beconcurreren
werkwoordBetekenis
- aan mededinging onderwerpen
- elkaar ~ in concurrentiestrijd verwikkeld zijn
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van beconcurreren
beconcurrerenhele werkwoord — beconcurreerdeverleden tijd enkelvoud — beconcurreerdenverleden tijd meervoud — beconcurreerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | beconcurreer | beconcurreerde |
| jij | beconcurreert | beconcurreerde |
| hij, zij, het | beconcurreert | beconcurreerde |
| wij | beconcurreren | beconcurreerden |
| jullie | beconcurreren | beconcurreerden |
| zij | beconcurreren | beconcurreerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| beconcurreer | gebiedende wijs |
| beconcurreerd | verleden tijd, deelwoord |
| beconcurreerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| beconcurreerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| beconcurreerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beconcurreerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beconcurreerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beconcurreerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| beconcurreerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| beconcurreerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beconcurreerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beconcurreerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beconcurreerde | verleden tijd |
| beconcurrere | aanvoegende wijs |
| beconcurrerend | onvoltooid, deelwoord |
| ben beconcurreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent beconcurreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is beconcurreerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was beconcurreerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd beconcurreerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt beconcurreerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal beconcurreerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal beconcurreerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou beconcurreerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou beconcurreerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had beconcurreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had beconcurreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had beconcurreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden beconcurreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden beconcurreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden beconcurreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt beconcurreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb beconcurreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben beconcurreerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben beconcurreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben beconcurreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben beconcurreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt beconcurreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft beconcurreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft beconcurreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is beconcurreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is beconcurreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te beconcurreren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben beconcurreerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen beconcurreren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart beconcurreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren beconcurreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren beconcurreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren beconcurreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was beconcurreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was beconcurreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was beconcurreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd beconcurreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd beconcurreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd beconcurreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden beconcurreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden beconcurreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden beconcurreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt beconcurreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word beconcurreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden beconcurreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden beconcurreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden beconcurreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt beconcurreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt beconcurreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal beconcurreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beconcurreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal beconcurreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal beconcurreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beconcurreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal beconcurreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beconcurreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal beconcurreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal beconcurreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal beconcurreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn beconcurreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn beconcurreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn beconcurreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt beconcurreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou beconcurreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beconcurreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beconcurreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou beconcurreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beconcurreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou beconcurreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beconcurreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beconcurreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beconcurreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou beconcurreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou beconcurreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou beconcurreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden beconcurreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden beconcurreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden beconcurreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beconcurreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden beconcurreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden beconcurreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beconcurreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden beconcurreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden beconcurreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beconcurreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden beconcurreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden beconcurreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt beconcurreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beconcurreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beconcurreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beconcurreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen beconcurreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen beconcurreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen beconcurreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beconcurreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen beconcurreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen beconcurreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beconcurreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen beconcurreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen beconcurreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beconcurreren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen beconcurreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen beconcurreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen beconcurreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult beconcurreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beconcurreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beconcurreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beconcurreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van concurreren met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van beconcurreren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| beconcurreer | gebiedende wijs | beconcurreren |
| beconcurreerd | voltooid deelwoord | beconcurreren |
| beconcurreerde | verleden tijd | beconcurreren |
| beconcurreerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | beconcurreren |
| beconcurreert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | beconcurreren |
| beconcurrere | aanvoegende wijs | beconcurreren |
| beconcurrerend | onvoltooid deelwoord | beconcurreren |
| beconcurrerende | woordvorm | beconcurreren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beconcurreren zijn vastgelegd.