Naar de inhoud

beconcurreren

aan mededinging onderwerpen

beconcurreren

werkwoord

Betekenis

  1. aan mededinging onderwerpen
  2. elkaar ~ in concurrentiestrijd verwikkeld zijn
  3. tweede betekenisomschrijving
  4. enz.

Vervoeging van beconcurreren

beconcurrerenhele werkwoord — beconcurreerdeverleden tijd enkelvoud — beconcurreerdenverleden tijd meervoud — beconcurreerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik beconcurreer beconcurreerde
jij beconcurreert beconcurreerde
hij, zij, het beconcurreert beconcurreerde
wij beconcurreren beconcurreerden
jullie beconcurreren beconcurreerden
zij beconcurreren beconcurreerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
beconcurreer gebiedende wijs
beconcurreerd verleden tijd, deelwoord
beconcurreerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
beconcurreerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
beconcurreerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
beconcurreerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
beconcurreerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
beconcurreerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
beconcurreerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
beconcurreerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
beconcurreerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
beconcurreerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
beconcurreerde verleden tijd
beconcurrere aanvoegende wijs
beconcurrerend onvoltooid, deelwoord
ben beconcurreerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent beconcurreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is beconcurreerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was beconcurreerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd beconcurreerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt beconcurreerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal beconcurreerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal beconcurreerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou beconcurreerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou beconcurreerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had beconcurreerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had beconcurreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had beconcurreerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden beconcurreerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden beconcurreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden beconcurreerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt beconcurreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb beconcurreerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben beconcurreerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben beconcurreerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben beconcurreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben beconcurreerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt beconcurreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft beconcurreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft beconcurreerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is beconcurreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is beconcurreerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te beconcurreren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben beconcurreerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen beconcurreren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart beconcurreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren beconcurreerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren beconcurreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren beconcurreerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was beconcurreerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was beconcurreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was beconcurreerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd beconcurreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd beconcurreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd beconcurreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden beconcurreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden beconcurreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden beconcurreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt beconcurreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word beconcurreerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden beconcurreerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden beconcurreerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden beconcurreerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt beconcurreerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt beconcurreerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal beconcurreerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beconcurreerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal beconcurreerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal beconcurreerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beconcurreerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal beconcurreerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beconcurreerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal beconcurreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal beconcurreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal beconcurreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn beconcurreerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn beconcurreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn beconcurreerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt beconcurreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou beconcurreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beconcurreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beconcurreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou beconcurreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beconcurreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou beconcurreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beconcurreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beconcurreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beconcurreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou beconcurreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou beconcurreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou beconcurreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden beconcurreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden beconcurreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden beconcurreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beconcurreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden beconcurreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden beconcurreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beconcurreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden beconcurreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden beconcurreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beconcurreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden beconcurreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden beconcurreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt beconcurreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beconcurreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beconcurreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beconcurreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen beconcurreerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen beconcurreerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen beconcurreerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beconcurreerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen beconcurreerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen beconcurreerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beconcurreerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen beconcurreerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen beconcurreerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beconcurreren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen beconcurreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen beconcurreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen beconcurreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult beconcurreerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult beconcurreerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult beconcurreerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult beconcurreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van concurreren met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van beconcurreren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
beconcurreer gebiedende wijs beconcurreren
beconcurreerd voltooid deelwoord beconcurreren
beconcurreerde verleden tijd beconcurreren
beconcurreerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon beconcurreren
beconcurreert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon beconcurreren
beconcurrere aanvoegende wijs beconcurreren
beconcurrerend onvoltooid deelwoord beconcurreren
beconcurrerende woordvorm beconcurreren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beconcurreren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over beconcurreren

Wat betekent beconcurreren?
Beconcurreren is een werkwoord. Het woord betekent: aan mededinging onderwerpen. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je beconcurreren?
Je vervoegt beconcurreren als volgt: de tegenwoordige tijd is beconcurreer, de verleden tijd is beconcurreerde en het voltooid deelwoord is beconcurreerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord beconcurreren is 29 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. C 5
  4. O 1
  5. N 1
  6. C 5
  7. U 4
  8. R 2
  9. R 2
  10. E 1
  11. R 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 29 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

beconcurreren levert met Wordfeud minimaal 28 en maximaal 114 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. C 5
  4. O 1
  5. N 1
  6. C 5
  7. U 2
  8. R 2
  9. R 2
  10. E 1
  11. R 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 28 zonder bonus
  15. 114 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

beconcurreren in het kort

beconcurreren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van beconcurreren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort beconcurreren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

beconcurreren: aan mededinging onderwerpen
Deel beconcurreren — standaardnederlands.nl