Naar de inhoud

beboeten

een boete uitdelen aan een persoon

beboeten

werkwoord

Betekenis

  1. een boete uitdelen aan een persoon

Vervoeging van beboeten

beboetenhele werkwoord — beboetteverleden tijd enkelvoud — beboettenverleden tijd meervoud — beboetvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik beboet beboette
jij beboet beboette
hij, zij, het beboet beboette
wij beboeten beboetten
jullie beboeten beboetten
zij beboeten beboetten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
beboet gebiedende wijs
beboet verleden tijd, deelwoord
beboet te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
beboet te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
beboet te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
beboet te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
beboet te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
beboet worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
beboet zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
beboet zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
beboet zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
beboet zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
beboete aanvoegende wijs
beboetend onvoltooid, deelwoord
beboette verleden tijd
ben beboet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent beboet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is beboet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was beboet impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd beboet impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt beboet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal beboet worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal beboet zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou beboet worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou beboet zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had beboet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had beboet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had beboet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden beboet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden beboet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden beboet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt beboet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb beboet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben beboet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben beboet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben beboet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben beboet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt beboet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft beboet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft beboet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is beboet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is beboet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te beboeten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben beboet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen beboeten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart beboet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren beboet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren beboet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren beboet voltooid, verleden tijd, derde persoon
was beboet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was beboet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was beboet voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd beboet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd beboet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd beboet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden beboet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden beboet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden beboet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt beboet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word beboet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden beboet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden beboet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden beboet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt beboet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt beboet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal beboet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beboet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal beboet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal beboet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beboet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal beboet zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beboet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal beboeten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal beboeten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal beboeten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn beboet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn beboet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn beboet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt beboet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou beboet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beboet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beboet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou beboet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beboet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou beboet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beboet zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beboet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beboet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou beboeten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou beboeten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou beboeten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden beboet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden beboet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden beboet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beboet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden beboet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden beboet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beboet zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden beboet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden beboet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beboeten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden beboeten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden beboeten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt beboet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beboet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beboet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beboeten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen beboet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen beboet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen beboet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beboet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen beboet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen beboet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beboet zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen beboet zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen beboet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beboeten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen beboeten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen beboeten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen beboeten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult beboet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult beboet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult beboet zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult beboeten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van boeten met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van beboeten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
beboet voltooid deelwoord beboeten
beboete aanvoegende wijs beboeten
beboetend onvoltooid deelwoord beboeten
beboetende woordvorm beboeten
beboette verleden tijd beboeten
beboetten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon beboeten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beboeten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over beboeten

Wat is de betekenis van beboeten?
Beboeten is een werkwoord. De betekenis is: een boete uitdelen aan een persoon.
Hoe vervoeg ik beboeten?
Zo vervoeg je beboeten zo: de tegenwoordige tijd is beboet, de verleden tijd is beboette en het voltooid deelwoord is beboet. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord beboeten is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. B 3
  4. O 1
  5. E 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

beboeten levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. B 4
  4. O 1
  5. E 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

beboeten in het kort

beboeten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van beboeten staan er 73 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort beboeten bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

beboeten: een boete uitdelen aan een persoon
Deel beboeten — standaardnederlands.nl