beantwoorden
werkwoord /bə.ʔˈɑnt.ʋɔːr.də(n)/Betekenis
- de reactie op een vraag geven
- voldoen aan, overeenkomen met
- reageren
Hoe spreek je beantwoorden uit?
/bəˈɑntwɔrdən/
Beantwoorden bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| t | tak |
| w | quiz |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| d | dak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- reageren, een tegenreactie geven op transitive
Vervoeging van beantwoorden
beantwoordenhele werkwoord — beantwoorddeverleden tijd enkelvoud — beantwoorddenverleden tijd meervoud — beantwoordvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | beantwoord | beantwoordde |
| jij | beantwoordt | beantwoordde |
| hij, zij, het | beantwoordt | beantwoordde |
| wij | beantwoorden | beantwoordden |
| jullie | beantwoorden | beantwoordden |
| zij | beantwoorden | beantwoordden |
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| beantwoord | gebiedende wijs |
| beantwoord | verleden tijd, deelwoord |
| beantwoord te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| beantwoord te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| beantwoord te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beantwoord te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beantwoord te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beantwoord worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| beantwoord zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| beantwoord zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beantwoord zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beantwoord zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beantwoordde | verleden tijd |
| beantwoorde | aanvoegende wijs |
| beantwoordend | onvoltooid, deelwoord |
| er is beantwoord | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was beantwoord | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd beantwoord | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt beantwoord | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal beantwoord worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal beantwoord zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou beantwoord worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou beantwoord zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had beantwoord | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had beantwoord | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had beantwoord | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden beantwoord | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden beantwoord | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden beantwoord | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt beantwoord | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb beantwoord | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben beantwoord | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben beantwoord | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben beantwoord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben beantwoord | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt beantwoord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft beantwoord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft beantwoord | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is beantwoord | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te beantwoorden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben beantwoord | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen beantwoorden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waren beantwoord | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was beantwoord | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd beantwoord | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden beantwoord | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden beantwoord | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt beantwoord | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal beantwoord hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beantwoord hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal beantwoord hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal beantwoord worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal beantwoord zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal beantwoorden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal beantwoorden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal beantwoorden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn beantwoord | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou beantwoord hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beantwoord hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beantwoord hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou beantwoord worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou beantwoord zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou beantwoorden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou beantwoorden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou beantwoorden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden beantwoord hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden beantwoord hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden beantwoord hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beantwoord worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beantwoord zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beantwoorden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden beantwoorden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden beantwoorden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt beantwoord hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beantwoorden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen beantwoord hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen beantwoord hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen beantwoord hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beantwoord worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beantwoord zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beantwoorden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen beantwoorden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen beantwoorden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen beantwoorden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult beantwoord hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beantwoorden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van antwoorden met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van beantwoorden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| beantwoord | voltooid deelwoord | beantwoorden |
| beantwoordde | verleden tijd | beantwoorden |
| beantwoordden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | beantwoorden |
| beantwoorde | aanvoegende wijs | beantwoorden |
| beantwoordend | onvoltooid deelwoord | beantwoorden |
| beantwoordende | woordvorm | beantwoorden |
| beantwoordt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | beantwoorden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beantwoorden zijn vastgelegd.