Naar de inhoud

beangstigen

vrees inboezemen

beangstigen

werkwoord

Betekenis

  1. vrees inboezemen

Vervoeging van beangstigen

beangstigenhele werkwoord — beangstigdeverleden tijd enkelvoud — beangstigdenverleden tijd meervoud — beangstigdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik beangstig beangstigde
jij beangstigt beangstigde
hij, zij, het beangstigt beangstigde
wij beangstigen beangstigden
jullie beangstigen beangstigden
zij beangstigen beangstigden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
beangstig gebiedende wijs
beangstigd verleden tijd, deelwoord
beangstigd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
beangstigd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
beangstigd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
beangstigd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
beangstigd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
beangstigd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
beangstigd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
beangstigd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
beangstigd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
beangstigd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
beangstigde verleden tijd
beangstige aanvoegende wijs
beangstigend onvoltooid, deelwoord
ben beangstigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent beangstigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is beangstigd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was beangstigd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd beangstigd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt beangstigd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal beangstigd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal beangstigd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou beangstigd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou beangstigd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had beangstigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had beangstigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had beangstigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden beangstigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden beangstigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden beangstigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt beangstigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb beangstigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben beangstigd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben beangstigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben beangstigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben beangstigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt beangstigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft beangstigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft beangstigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is beangstigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is beangstigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te beangstigen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben beangstigd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen beangstigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart beangstigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren beangstigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren beangstigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren beangstigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was beangstigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was beangstigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was beangstigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd beangstigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd beangstigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd beangstigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden beangstigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden beangstigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden beangstigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt beangstigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word beangstigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden beangstigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden beangstigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden beangstigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt beangstigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt beangstigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal beangstigd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beangstigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal beangstigd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal beangstigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beangstigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal beangstigd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beangstigd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal beangstigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal beangstigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal beangstigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn beangstigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn beangstigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn beangstigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt beangstigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou beangstigd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beangstigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beangstigd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou beangstigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beangstigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou beangstigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beangstigd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beangstigd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beangstigd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou beangstigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou beangstigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou beangstigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden beangstigd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden beangstigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden beangstigd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beangstigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden beangstigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden beangstigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beangstigd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden beangstigd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden beangstigd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beangstigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden beangstigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden beangstigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt beangstigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beangstigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beangstigd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beangstigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen beangstigd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen beangstigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen beangstigd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beangstigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen beangstigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen beangstigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beangstigd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen beangstigd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen beangstigd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beangstigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen beangstigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen beangstigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen beangstigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult beangstigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult beangstigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult beangstigd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult beangstigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van angst met het voorvoegsel be- met het achtervoegsel -ig of afgeleid van angstig met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van beangstigen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
beangstig gebiedende wijs beangstigen
beangstigd voltooid deelwoord beangstigen
beangstigde verleden tijd beangstigen
beangstigden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon beangstigen
beangstige aanvoegende wijs beangstigen
beangstigt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon beangstigen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beangstigen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over beangstigen

Wat betekent beangstigen?
Beangstigen is een werkwoord. Het woord betekent: vrees inboezemen.
Hoe vervoeg je beangstigen?
Je vervoegt beangstigen als volgt: de tegenwoordige tijd is beangstig, de verleden tijd is beangstigde en het voltooid deelwoord is beangstigd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord beangstigen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. A 1
  4. N 1
  5. G 3
  6. S 2
  7. T 2
  8. I 1
  9. G 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

beangstigen levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. A 1
  4. N 1
  5. G 3
  6. S 2
  7. T 2
  8. I 2
  9. G 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 zonder bonus
  13. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

beangstigen in het kort

beangstigen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van beangstigen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort beangstigen bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

beangstigen: vrees inboezemen
Deel beangstigen — standaardnederlands.nl