beangst
werkwoord, bijvoeglijk naamwoord bəˈɑŋstBetekenis
- benauwd door iets engs
Hoe spreek je beangst uit?
/bəˈɑŋst/
Beangst bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
| s | sok |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van beangsten
- gebiedende wijs van beangsten
- voltooid deelwoord van beangsten
Vervoeging van beangst
beangsthele werkwoord
Herkomst
*vervoeging van beangsten: de stam zonder -t omdat de stam al op -t eindigt en zonder ge- vanwege voorvoegsel
Woordfamilie van beangst
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| beangster | woordvorm | beangst |
| beangstere | woordvorm | beangst |
| beangsters | woordvorm | beangst |
| beangsts | woordvorm | beangst |
| beangstst | woordvorm | beangst |
| beangstste | woordvorm | beangst |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beangst zijn vastgelegd.