bangelijk
bijvoeglijk naamwoord 'bɑŋələkBetekenis
- van een persoon dat deze snel bang is
- (Vlaams) geweldig, erg leuk
Hoe spreek je bangelijk uit?
/ˈbɑŋələk/
Bangelijk bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
| ə | de |
| l | land |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
bijvoeglijk naamwoord
- geweldig, erg leuk
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bangelijke | verbogen, stellende trap |
| bangelijker | onverbogen, vergrotende trap |
| bangelijkere | verbogen, vergrotende trap |
| bangelijkers | partitief, vergrotende trap |
| bangelijks | partitief, stellende trap |
| bangelijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| bangelijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
afgeleid van bang met het achtervoegsel -lijk
Woordfamilie van bangelijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bangelijke | verbogen vorm | bangelijk |
| bangelijker | vergrotende trap | bangelijk |
| bangelijkere | verbogen vergrotende trap | bangelijk |
| bangelijkers | partitieve vergrotende trap | bangelijk |
| bangelijks | partitive, positive | bangelijk |
| bangelijkst | uninflected, superlative | bangelijk |
| bangelijkste | inflected, superlative | bangelijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bangelijk zijn vastgelegd.